De ijsbaan brak het ijs op Koningsdag. 'Dit is Dokkum op zijn best'

maandag, 27 april 2026 (19:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Op Koningsdag in Dokkum draaide alles om de terugkeer van koning Willem‑Alexander op het ijs: veertig jaar nadat hij het elfstedenkruisje behaalde, schaatste hij op een speciaal aangelegde baan van circa 500 m² in de gracht van het Kleindiep en bleek zijn techniek nog prima in orde. Met een retrojack waarop ‘W. A. Van Buren’ prijkte, maakte hij ontspannen rondjes, deed een pootje over en genoot zichtbaar van het moment. Het schaatsonderdeel — bedoeld om een Elfstedensfeer te creëren — werd unaniem gezien als het hoogtepunt van de dag.

De koninklijke familie sloot aan: koningin Máxima en jongste dochter Ariane waagden zich ook op het ijs (Ariane met hulp van haar ouders), terwijl Amalia en Alexia vrolijk aanmoedigden vanaf de kade. Burgemeester Johannes Kramer, zelf fanatiek schaatser, was opgelucht dat het weer meewerkte en dat het onderdeel zo goed uitpakte.

Tegelijk had het bezoek een rommelig, losse opzet: de familie verspreidde zich over tal van activiteiten — sport, cultuur en Friese innovatie — waardoor er geen strakke focus ontstond. Op het innovatieplein liepen de leden van het Koninklijk Huis langs uiteenlopende initiatieven, en kunstenaar Hans Jouta kreeg uiteindelijk toch aandacht voor zijn onafgewerkte boomsculptuur, waar bezoekers symbolische objecten aan toevoegden. Het culinaire programma en andere onderdelen werden soms overstemd door een flashmob of persinterviews, en de vaandeldragers van de 52 dorpen stonden er breed glimlachend maar enigszins verloren bij.

Lokale bewoners gaven kleur aan het bezoek: Bauke de Jong trok de aandacht met een bord met ‘Ie’ en kreeg een vraag van prinses Alexia over de uitspraak; Rommie van der Veen vertegenwoordigde trots Ferwert; en Bernd en Annemijn Jager genoten van het optreden van hun kinderen in het koor. Ook prominente Friezen zoals trainer Henk de Jong en oud‑turner Epke Zonderland maakten deel uit van het programma en zaten samen in het eerste stempelhokje.

De Friesgetinte programmering was nadrukkelijk aanwezig — van kaatsen en fierljeppen tot een quiz over de Friese taal — maar daar had de koning zichtbaar moeite mee. Zijn pogingen om Fries te spreken kwamen wat haperend over; wel sprak hij korte dankwoorden als “Tige tank” en “Fryslân boppe”. Al met al leverde Dokkum een warme, gezellige en herkenbaar Friese Koningsdag op, waarin persoonlijke ontmoetingen en lokale trots de boventoon voerden.