De grutto is in de landbouw als de kanarie in de mijn | opinie
In dit artikel:
De grutto, iconische weidevogel van Nederland, geeft volgens onderzoekers alarmtekens af over de gezondheid van het landbouwlandschap: in vijftig jaar tijd is de populatie met ongeveer 75% gedaald. Een studie van de Rijksuniversiteit Groningen toont aan dat volwassen grutto’s het relatief goed doen op kruidenrijke percelen met gericht weidevogelbeheer — minder kunstmest, later en minder vaak maaien of beweiden — vergeleken met intensief raaigrasland. Het pijnpunt zijn de kuikens: zij overleven wel, maar blijven te licht, wat wijst op een tekort aan geschikt voedsel (vooral vliegende insecten en regenwormen).
De onderzoekers leggen de oorzaak bij de afgebroken energiestroom in bodemsystemen. Planten vangen via fotosynthese energie, geven een groot deel via hun wortels door aan bodemleven en via mest en urine komt die energie terug in het systeem. Dat bodemleven voedt insecten en wormen die op hun beurt de kuikens voeden. Kunstmest voegt wél nutriënten toe maar geen energie voor het bodemleven; opgeslagen drijfmest verliest veel energierijk materiaal én zuurstof. Intensief maaien (zes- tot zevenmaal per seizoen) verhindert dat planten energie in de bodem opbouwen en leidt tot kaalgeschoren akkers zonder schuilplaatsen of een robuust voedselweb. Extreem extensief beheer kent ook valkuilen: te weinig productie en stilgevallen groei betekent eveneens weinig energie voor het bodemleven.
Pesticiden verergeren het probleem door bodemorganismen en insectenpopulaties verder terug te dringen. Tegelijk is het huidige landbouwsysteem sterk afhankelijk van fossiele energie — ruwweg tien calorieën input per calorie voedsel — waardoor het kwetsbaar wordt zodra energie duurder wordt.
De conclusie van de auteurs is dat herstel van de onderliggende energiestroom in landbouwgrond noodzakelijk is voor het voortbestaan van de grutto en voor veerkrachtige landbouw. Kort gezegd: niet alleen biotopen beheren, maar de energiekringloop in de bodem herstellen om voedselwebben en weidevogels weer te laten floreren.