De grens is allang bereikt | column Jantien de Boer
In dit artikel:
In de woonplaats van een man die in het artikel X wordt genoemd, escaleerde anti-asielspanning: het gemeentehuis werd vernield en bij het sportveld hingen spandoeken met bedreigingen richting een wethouder. Op straat verschenen racistische leuzen — onder andere tegen Berbers — en buurtbewoners voelden zich onveilig, bang om ’s avonds te fietsen of hun deuren open te laten staan. X was vooral boos over de haatcampagne; eerdere acties, zoals omgekeerde vlaggen die hij door de gemeente liet weghalen, keerden terug en werden later massaal opnieuw opgehangen, soms midden in de nacht met een hoogwerker.
De incidenten worden geplaatst in een bredere nationale context: het jaarverslag van de AIVD signaleert een groei van rechts-extremistische netwerken, inclusief kleine groepen die bereid zouden zijn geweld en explosieven te gebruiken voor een blanke natiestaat. De dienst noemt ook minstens 35 ‘Defend Netherland’-clubs die zich voordoen als bezorgde burgers maar volgens de AIVD dicht tegen de gewelddadige vleugel aanzitten. Onderzoeksjournalistiek (programma Pointer en Justice for Prosperity) ontdekte gesloten Telegram-kanalen van zulke groepen met openlijk racistische en antisemitische oproepen en grof gewelds- en haatspraak jegens asielzoekers en moslims.
De auteur trekt parallellen met historisch scapegoating — verwijzend naar Ian Buruma’s boek over Berlijn en getuigenissen van toenmalige buren die steeds duidelijkere zondebokken aanwijzen — en signaleert dat de publieke discussie, inclusief politici die pleiten voor een asielstop of spreken over ‘omvolking’, dit normaliseert. Hoewel advies van polariseringsdeskundigen pleit voor meer empathie en luisteren, concludeert de schrijver dat louter luisteren onvoldoende is: er moeten heldere grenzen worden gesteld tegen haat en geweld.