De fiets is diep verweven met de Friese cultuur en identiteit, toont Mueum Martena
In dit artikel:
In Museum Martena in Franeker is de tentoonstelling Fietslân, de eerste 100 jaar te zien, waarin elf antieke Friese rijwielen het verhaal vertellen van hoe de fiets zich ontwikkelde van elitair tijdverdrijf tot massaal vervoermiddel. De bovenste zaal staat vol negentiende-eeuwse exemplaren: een oncomfortabele vélocipide (de zogenaamde ‘bottenschudder’), een sierlijke hoge bi, een deftige driewieler uit 1869 en als pronkstuk een houten loopfiets uit circa 1818 — het oudste exemplaar van Nederland. Conservator Josse Pietersma benadrukt de zeldzaamheid van dat stuk en laat zien hoe vroege ontwerpen uiteindelijk de basis vormden van de moderne fiets.
De expositie bestrijkt ruwweg de periode van de vroege loopfiets tot circa 1912, het jaar van de eerste Fiets Elfstedentocht. Bezoekers kunnen een replica van de loopfiets uitproberen en leren hoe technische verbeteringen en betere wegen de functie van de fiets veranderden. De doorbraak kwam met de zogeheten ‘safety’ uit 1889: een veel veiliger en gebruiksvriendelijker model met ketting, trappers, remmen en rubberen banden. Daardoor werd fietsen geschikt voor langere afstanden en praktisch dagelijks gebruik; mensen begonnen de fiets te gebruiken om naar hun werk te gaan en er verschenen accessoires als bagagedragers en manden.
De tentoongestelde fietsen hebben allemaal Fries verleden; acht daarvan waren in 1928 door fietsenhandelaar Jan Nicolaas Jellema aan de gemeente Franeker geschonken. Die collectie raakte later zoek nadat de exemplaren soms werden uitgeleend en “swalkten”, totdat ze enkele jaren geleden toevallig op Vlieland herkend werden door Franeker rijwielhandelaar Marcus van der Woude. Na restauratie — waarbij sommige fietsen hard toe waren aan herstel — werden ze terug in de verzameling geplaatst; normaal horen ze thuis in het Nationaal Fietsmuseum Velorama in Nijmegen, maar Museum Martena mocht ze nog een keer in Franeker tonen.
Pietersma benadrukt dat de fietsen laten zien hoe diep de verbinding tussen Fryslân en de fietsgeschiedenis is: niet alleen vanwege lokale productie en ritten, maar ook door vroege wedstrijden (zoals een toertocht Warkum–Boalsert–Warkum uit 1862 die als een van de vroegste snelheidswedstrijden in Nederland wordt genoemd) en vroege enthousiaste publiciteit over de uitvinding. Toch wil hij niet beweren dat fietsen tot de Friese volksaard behoort; eerder ziet hij het als een keten van toevalligheden en navolging: iemand koopt een fiets, anderen doen het na en competitie en enthousiasme zetten het proces in gang.
De tentoonstelling laat tevens zien hoe het fietsgebruik veranderde van elitevermaak naar alledaags praktisch vervoer — een ontwikkeling die rond 1900 grotendeels voltooid was en sindsdien weinig fundamenteels meer wijzigde. Fietslân, de eerste 100 jaar is te zien in Museum Martena in Franeker en loopt tot en met eind augustus.