De ferdeling fan werksemheden in 't lysternest ontroert mij | column Gerard de Jong

dinsdag, 2 juni 2026 (13:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Begin april verloor een merel (in het Fries 'lyster') achter het huis op onverklaarbare wijze een eerste nest met vijf jongen. De eier- en kuikendood werd niet opgehelderd; waarschijnlijk merkte de zittende vrouw niet dat haar jongen waren omgekomen. Kort daarna zag de schrijver dat hetzelfde stel of dezelfde vogelsoort opnieuw een nest begon, nu in de klimplant op de schutting.

De observator beschrijft hoe het vrouwtje het grootste deel van de dag op het nest zit en zich weinig van mensen lijkt aan te trekken: vanuit tuin en keuken is een prima zicht, maar zij blijft kalm en voert haar natuurlijke taak uit. De man blijft in de buurt, laat zich soms zien met een worm en zingt veel: niet alleen als liefdes- of territoriumzang, maar ook kennelijk om andere merels te laten weten dat dit plekje bezet is. Bij het eerste nest was het vooral het mannetje dat voerde, ondanks dat volgens algemene merelbiologie het vrouwtje het nest bouwt en inkubatie voor haar rekening neemt; na uitkomst delen beide oudervogels het voeden van de jongen.

De auteur gebruikt de situatie om een contrast te schetsen tussen menselijke neiging tot piekeren en de pragmatische, doelgerichte houding van de merel: geen langdurig tobben, gewoon broeden en doorgaan. Als extra context: merels (Turdus merula) hebben doorgaans een incubatieperiode van zo’n twee weken en brengen het voeden van jongen gezamenlijk door zodra ze zijn uitgekomen — feiten die verklaren waarom het vrouwtje zo trouw op het nest blijft en waarom het mannetje vaak in de buurt acteert.