De Europese Commissie wil de vrije media beschermen, maar bereikt het tegendeel
In dit artikel:
De Europese Commissie legt een plan voor om de Europese democratie en grondrechten beter te beschermen tegen toenemende externe en interne druk. Het zogeheten ‘Europees schild voor democratie’, dat 12 november vorig jaar is gepubliceerd, stond dinsdag op de lunchagenda van de EU-ministers voor Europese Zaken in Brussel. Nieuwe Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen, met jarenlange ervaring als Europarlementariër, was goed voorbereid op de bespreking.
De voorgestelde kernmaatregel is de oprichting van een Europees Centrum voor democratische veerkracht, een nieuw orgaan waarin de Commissie een centrale rol wil spelen. Het centrum heeft drie hoofddoelen: 1) het beschermen van de integriteit van de informatieruimte tegen misinformatie en manipulatie (met name via sociale media), 2) het versterken van democratische instellingen, vrije en eerlijke verkiezingen en onafhankelijke media, en 3) het vergroten van maatschappelijke veerkracht en burgerparticipatie.
De voorstellen komen niet uit het niets: de EU bouwt voort op grondslagen van het Verdrag van Lissabon en eerdere Europese conventies die sinds de jaren 2000 het democratische karakter van de Unie formaliseren — inclusief instrumenten zoals het burgerinitiatief. Tegelijkertijd is de politieke context veranderd. De opkomst van sociale media maakt het makkelijker om informatie buiten traditionele journalistieke kanalen te verspreiden, wat in sommige gevallen tot gerichte desinformatie leidt. Daarnaast fungeren autoritaire leiders in de Unie, met name de Hongaarse premier Viktor Orbán, als voorbeeld van bedreigingen voor Europese waarden; opmerkelijk is dat zulke landen eerder meeschreven aan de teksten die nu verdedigd worden.
De bedenking bij het Europese schild is dat het — ondanks goede intenties — de overheid steeds meer verantwoordelijkheid en macht kan geven over de bescherming van democratische spelregels. Dat doet zich voor in een tijd waarin de economische basis van onafhankelijke media verzwakt, waardoor die media financieel kwetsbaarder en potentieel afhankelijker van overheidssubsidies worden. Daardoor dreigt vrijheid van de pers te verschralen: grondrechten lopen het risico meer als een voorrecht te functioneren dan als een onvoorwaardelijk recht.
Dinsdag ligt bij de ministers de taak een eerste oordeel te vellen over deze balans: hoe bescherm je electorale integriteit en maatschappelijke veerkracht zonder de onafhankelijkheid van media en civiele vrijheid te ondermijnen? De discussie reflecteert de spanning tussen het willen tegengaan van misinformatie en het bewaken van klassieke grondrechten en publieke onafhankelijkheid.