De Dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk zou zeker met derde moeten krimpen

zondag, 17 mei 2026 (09:43) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) kondigt een bezuiniging van 4,5 miljoen euro op de landelijke Dienstenorganisatie aan, maar volgens kerklid en voormalig kerkrentmeester Geert Benedictus is dat onvoldoende gezien de financiële situatie. Het centrale bestuur voert momenteel een reeks regionale gesprekken met leden over de financiën; in regio Noord vond vorige week zaterdag in De Oase te Drachten een bijeenkomst plaats met bijna honderd kerkrentmeesters en leden.

Benedictus signaleert tekorten op alle niveaus: de plaatselijke gemeenten kampen gezamenlijk met een jaarlijks tekort van ruim 30 miljoen euro, de gezamenlijke diaconieën met circa 10 miljoen en de centrale dienstenorganisatie met ongeveer 5 miljoen. Tegelijk beschikt de kerk over aanzienlijke vrij vermogens: samen meer dan 1,7 miljard euro bij de gemeenten, oplopend tot rond 2,7 miljard euro inclusief diaconale reserves. Die tegenstelling tussen structurele tekorten en hoge buffers vormt de achtergrond van het debat.

Tijdens de bijeenkomst kwamen twee begrippen steeds terug: transparantie en solidariteit. De jaarrekening van de landelijke kerk is nog geconsolideerd, waardoor onderscheiden posten (zoals Dienstenorganisatie, Stichting Kerkelijk Geldbeheer, Kerk in Actie en predikantstraktementen) niet helder zichtbaar zijn. Enkele gepresenteerde cijfers brachten verrassingen: zo blijkt dat bijna 17 procent van de inkomsten van Kerk in Actie opgaat in kosten — een deel daarvan zijn doorbetaalde collectes van lokale kerken. Ook werd bij de personeelspresentatie met fte‑cijfers geëxperimenteerd: begroot waren 220 fte, benut 185 fte; de manier van presenteren wekte echter de indruk van veel grotere bezuiniging dan feitelijk het geval was, wat felle reacties in de zaal veroorzaakte.

Benedictus plaatst de aangekondigde bezuiniging van 4,5 miljoen in een breder perspectief. Met een jaarlijkse ledendaling van gemiddeld 3 procent en vergelijkbare inflatie betekent dat over vijf jaar een noodzakelijke krimp van 30 tot 40 procent om structureel in balans te komen. Zulke schaalveranderingen vragen duidelijke keuzes en geen verspreide kaasschaafmethode. Uit de Drachtster gesprekken blijkt niet dat de organisatie bereid is tot zulke ingrijpende schrappingen; beleidsdiscussies leidden vooral tot een wensenlijst die dicht bij de huidige praktijk blijft.

Het grootste risico, waarschuwt Benedictus, is dat als de landelijke organisatie niet substantieel inkrimpt, de lasten via heffingen en andere maatregelen op de lokale gemeenten terugvallen en daarmee hun vrij vermogen worden aangesproken. Dat roept oude vrees op dat de landelijke organisatie meer controle wil over plaatselijke kapitaal—een zorg die al in 2021 speelde bij het rapport Werkzaam Vermogen. Het kerkbrede overleg betrekt gemeenten wel bij de discussie, maar ontbreekt volgens Benedictus een heldere keuzestelling: óf een Dienstenorganisatie die 30–40 procent krimpt, óf handhaving ten koste van het vermogen van lokale kerken.