De bedaarde dorpsjongen werd een urbane lijpo met wie niet te spotten viel | column Wieberen Elverdink
In dit artikel:
Het is iets na elf op de eerste festivalavond in het dorp wanneer de auteur zich, samen met honderden anderen, in de grote tent meldt voor het optreden van 90s‑hardcoreheld Paul Elstak. De muziek doet tijd en plaats wegsmelten: stomende bassen en bekende hits uit zijn middelbare schooltijd herstellen meteen de sfeer van gabberfeesten van dertig jaar geleden. Die subcultuur met ‘hakken’, Australian‑jacks, Cavello‑broeken en Air Max‑sneakers komt terug, niet als exacte kopie maar als gedeelde herinnering die nu even hervat wordt.
De schrijver tekent zijn eigen ambivalente positie: fan van de muziek en het sentiment, maar nooit een echte gabber geweest. Hij herinnert zich hoe een zilverkleurig Aussie‑shirt hem kortstondig een stoerder gevoel gaf, maar ook hoe hij ooit door een echte gabber als ‘druif’ werd uitgemaakt — een vernedering die hem sindsdien terughoudend heeft gemaakt. Die schaamte en onvermogen om volledig los te laten contrasten met de scène om hem heen: voormalige jongeren, nu vaders en moeders met kantoorbaan en vouwwagen, die op dat moment alles vergeten en weer uitbundig uit hun dak gaan.
Een bijzonder beeld zet de avond scherp: een aardige man van rond de veertig die niet alleen danst maar rauw en emotioneel mokert op de maat, zijn bovenlichaam ontbloot, als iemand die letterlijk en figuurlijk iets wil wegdrijven. De auteur overweegt even hetzelfde loslaten — zijn jas en shirt uitdoen — maar houdt zichzelf tegen. Het zelfbewustzijn van vroeger, die ene belediging, blijft hangen: eens ‘druif’, altijd ‘druif’.
Het stuk is zowel festivalreportage als persoonlijke reflectie over leeftijd, schaamte en de transformerende kracht van muziek. Paul Elstaks set fungeert als katalysator waardoor het verleden tijdelijk terugkeert en gewone dorpelingen opnieuw de onstuimigheid van hun jeugd voelen, terwijl de schrijver zijn rol als waarnemer en licht ongemakkelijk deelnemer behoudt. Auteur Wieberen Elverdink (45) woont met vrouw en drie kinderen in een middelgroot dorp in het Noorden en schrijft over het alledaagse dorpsleven.