Dankzij de nieuwe carbonpolsstok begon 20 jaar geleden de heerschappij van Bart Hemholt in het fierljeppen. 'Hat my aardich wat opsmiten'
In dit artikel:
Op 27 mei 2006 veranderde het fierljeppen in Friesland van koers: in de FLB-competitie mochten voor het eerst carbonpolsstokken worden gebruikt. De nieuwe stokken — ontwikkeld dankzij initiatieven van Theun Scherjon, contacten met onder meer de TU Delft en een proefmodel uit Hellevoetsluis — waren stijver, lichter en vaak langer dan de eerder gebruikte houten of aluminium exemplaren. Dat maakte ze vooral aantrekkelijk voor zwaardere springers met veel kracht en klimvermogen.
Voor Bart Helmholt uit Burgum betekende de carbonpols het kantelpunt in zijn carrière. Waar hij met aluminium ooit tegen grenzen aanliep, bood carbon hem meer stabiliteit en een snellere terugvering zodat hij hoger en verder kon klimmen; dat leidde tot dominante prestaties en het doorbreken van serieuze afstandsgrenzen (als eerste Fries haalde hij later de 19-, 20- en uiteindelijk 21-meterbarrière). Ook het wedstrijdbeeld veranderde: men sprak van ‘hightech ljeppen’, met nieuwe records en een andere technische aanpak.
De invoering verliep niet zonder wrijving. Veel verenigingen moesten hun accommodatie aanpassen (onder meer dieper zandbed), sommige lopers begonnen sceptisch over sterkte en veiligheid. In 2008 brak een carbonstok tijdens een kampioenschap; de springer kwam er zonder ernstig letsel vanaf, waarna producenten de stokken verstevigden en critici werden gekalmeerd. De FLB koos voor een geleidelijke overgang (2006–2007) waarin atleten nog konden kiezen tussen aluminium en carbon. Tegelijkertijd moderniseerde de bond: digitale borden en de eerste stappen richting elektronisch meten verschenen langs de baan.
Ook tegenstanders zoals Henk Schievink hielden aanvankelijk vast aan aluminium — deels uit nostalgie en deels om nog records op dat materiaal aan te vallen — maar uiteindelijk paste vrijwel iedereen zich aan. Conclusie: de carbonpols heeft het fierljeppen ingrijpend technisch en competitief veranderd en staat aan de basis van de sterke prestatieverbeteringen in de afgelopen twee decennia.