Dankbaarheid en gespannen afwachting na de dood van Ali Khamenei
In dit artikel:
Bert de Bruin, historicus en docent Engels in Haifa, beschrijft hoe zijn gezin midden in een nieuwe escalatie tussen Israël en Iran terechtkwam. Na een onrustige vrijdagavond, waarin men vreesde voor een Israëlische aanval, ging zaterdagmorgen eerst het leger‑pre‑alarm af en even later het echte luchtalarm. Sindsdien zochten ze al meer dan tien keer hun beveiligde kamer op; routines zoals snel douchen en een altijd klaarstaande rugzak met documenten en apparatuur behoren weer tot het dagelijks leven.
Diezelfde zaterdagavond zat zijn zoon Evyatar niet bij het gezin maar in Tel Aviv bij een vriendin. Tijdens het avondnieuws herkenden ze Evyatars auto op beeld bij de plek van een raketinslag. Kort daarop bleek dat het gebouw waar zijn zoon geweest was getroffen was door een Iraanse raket; gelukkig kon Evyatar direct worden bereikt en bleek hij ongedeerd. Een jonge Filipijnse verzorgster overleed echter omdat ze niet snel genoeg de schuilkelder kon bereiken.
De Bruin schetst hoe vanzelfsprekend het zoeken van bescherming weer geworden is — het werk boven is onbruikbaar en schrijven gebeurt tussen alarmpauzes. Tegelijkertijd worstelt hij met gemengde gevoelens over de oorlog: hij ziet een rechtvaardiging in het beperken van een gewelddadig regime, maar twijfelt aan de intenties en het doordachte karakter van de plannen van leiders als Donald Trump en Benjamin Netanyahu. Hij waarschuwt dat het wegvallen van een huidige machthebber niet per se tot betere of minder gevaarlijke opvolgers leidt, en zegt terughoudend te zijn met vroege juichkreten op televisie over het lot van Iranse leiders.
Uiteindelijk is De Bruin vooral dankbaar dat zijn familie ongedeerd is; verder leeft hij in onzekerheid over hoe lang deze oorlogsronde zal duren en wat de uiteindelijke doelen en gevolgen zullen zijn. Hij woont sinds 1995 in Israël en werkt aan het Leo Baeck Education Center in Haifa.