Combineer het nuttige met het aangename en plant fruitbomen en -struiken in je tuin

donderdag, 12 maart 2026 (19:12) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

In het voorjaar krijgt de schrijver telkens de onbedwingbare neiging fruitbomen en -struiken te planten. De aanwinst komt op allerlei manieren: uitgepitte zaailingen van gegeten appels en peren, impuls-aankopen uit supermarkten, of souvenirs van buitenlandse tuincentra. Veel van die aanplantingen zijn in de loop der jaren uitgegroeid tot forse bomen; sommige van de oorspronkelijke Fuji-zaailingen zijn inmiddels zelfs gevaarlijk moeilijk te plukken.

Fruitbomen worden niet alleen vanwege de oogst geplant: hun spectaculaire bloei in het voorjaar, de structuur die ze aan een tuin geven en de verkoelende schaduw zijn belangrijke pluspunten. De schrijver hanteert echter één streng selectiecriterium: het fruit moet lekker zijn. Rode en zwarte bessen, frambozen en bramen worden overgeslagen omdat hij ze niet waardeert; appels, peren, pruimen, perziken, kersen en abrikozen vormen zijn voorkeur en domineren de collectie.

Elk jaar planten er jonge boompjes bij, en iedere herfst volgt een rigoureuze selectie: zieke bomen of exemplaren met smakeloos of onaangenaam fruit krijgen geen kans en worden als brandhout verwijderd. Door die aanpak passen verrassend veel fruitbomen op een relatief klein stuk grond. Kleine rassen kunnen zelfs in potten op een balkon staan, waardoor vrijwel iedereen met enige ruimte kan experimenteren.

Een belangrijk motief voor de aanplant is ook het delen met de natuur: de schrijver laat vogels, muizen en vossen meeprofiteren van de overvloed. Overdadig fruit fungeert als waardevolle vetreserve waarmee wilde dieren de winter kunnen overleven. Toch is het slikken wanneer spreeuwen en merels de verwachte oogst — bijvoorbeeld witte perziken — vóór hem opeisen; soms vreet een zwerm in een halve dag wat voor een heel jaar gedacht was. Ondanks die frustraties blijft hij optimistisch en plant hij gestaag verder.

In zijn studietijd ging het enthousiasme zo ver dat hij fruitbomen in gemeentelijke plantsoenen zette; die bomen werden soms door de gemeente “geadopteerd” en stonden jaren lang in andermans groen. Uiteindelijk verdwenen ze bij stadsuitbreiding. Nu hij een eigen tuin heeft, kan hij vrijuit planten: aardbeien, pitloze druiven en zelfs een aantal Siberische kiwi’s die zich hebben uitgezaaid en een houtwal hebben ingenomen. De vruchten zijn smaakvol, maar ook hier plukt de natuur vaak het leeuwendeel.

Kortom: het verhaal is een persoonlijke ode aan het tuinieren met fruitbomen — een mix van impuls en beleid, voldoening en teleurstelling, en een gedeelde rijkdom tussen tuinier en wilde dieren. Fruitbomen leveren esthetiek, schaduw en voedsel, en dragen bovendien bij aan biodiversiteit en stedelijk groen.