Combineer het nuttige met het aangename en plant fruitbomen en -struiken in je tuin
In dit artikel:
Elk voorjaar steekt bij de schrijver de onbedwingbare drang op om fruitbomen en -struiken te planten. De aanplant komt uit verschillende bronnen: uitgepoepte appel- en perenpitten, impulsieve aankopen in supermarkten en souvenirs van buitenlandse tuincentra. Sommige van die jonge boompjes zijn inmiddels uitgegroeid tot hoge, bijna onhandelbare exemplaren; tegelijk worden uit de vruchten van gezaaide bomen weer zaden gewonnen, zodat moederbomen inmiddels grootmoeders zijn geworden.
Het belangrijkste selectiecriterium is smaak: alleen fruit dat de schrijver zelf lekker vindt — appels, peren, pruimen, perziken, kersen en abrikozen — krijgt een plek in de tuin. Rode en zwarte bessen, bramen en frambozen verdwijnen van het verlanglijstje omdat hun smaak hem niet aanspreekt. Jaarlijks wordt in het voorjaar aangeplant en in de herfst streng gesnoeid of gerooid: zieke bomen of exemplaren met onaantrekkelijke of smakeloze vruchten dienen als brandhout, waardoor op een relatief klein oppervlak toch veel soorten kunnen groeien.
De tuin levert vaak overvloed: in het voorjaar bloeien de bomen weelderig, in de herfst is er vaak een overvloed aan vruchten. Die opbrengst is te groot voor alleen de eigenaar; spreeuwen, merels, muizen en vossen profiteren gul. De schrijver ziet het delen met dieren als vanzelfsprekend — de dieren hebben ook geen keuze gehad en moeten vetreserves opbouwen om de winter te overleven. Toch is het soms zuur wanneer na vijftien jaar geduldige verzorging de felbegeerde witte perziken vóór de oogst door spreeuwen worden verorberd. Eenzelfde patroon tekent zich af bij de Siberische kiwi’s: heerlijk van smaak, maar onbereikbare trossen gaan in een halve dag aan vogels verloren.
Kleinere ruimte is geen belemmering: compacte rassen kunnen in potten op balkon of terras, en zelfs bij gebrek aan eigen grond werden vroeger fruitboompjes in gemeentelijke plantsoenen geplant — een ondeugende daad die jaren van gratis appels en peren opleverde totdat de bomen werden gekapt bij stadsuitbreiding. Inmiddels, met een eigen tuin, wordt royaal geplant: aardbeienbedjes, pitloze druiven en verschillende fruitsoorten vinden een plaats.
Praktische kanttekening voor lezers: wie zelf aan de slag wil, wint aan voorspelbaarheid door opgekweekte, geënte rassen te kiezen boven zaaigoed — zaailingen geven vaak onverwachte smaken en eigenschappen. Voor de schrijver blijft het planten van fruitbomen een combinatie van plezier, smaakgericht selecteren en het genoegen delen met de natuur.