Coalitieakkoord ontdekt eindelijk Europese dimensie veiligheidsbeleid
In dit artikel:
Wim van Eekelen, oud-minister van Defensie, overleed op 25 juni 2025 in Den Haag. Zijn naam werd lange tijd vooral geassocieerd met zijn gedwongen aftreden in 1988 na de ‘paspoortaffaire’, maar zijn strategische denkwerk krijgt nu pas bredere erkenning: hij introduceerde decennia geleden het idee van een “Europese pijler van de NAVO” en organiseerde daarover in 1986 een conferentie op Capitol Hill in Washington DC. Zijn pleidooi – dat West-Europa meer en zelfstandiger aan de collectieve verdediging moest bijdragen – lag lang vooruit op het beleid van zijn tijdgenoten en bleef lange tijd weinig gevolgd.
In het recent gesloten Nederlandse coalitieakkoord duikt het begrip ‘Europese pijler van de NAVO’ opnieuw op, en het akkoord zet in op het versneld opbouwen van een Europees defensiebeleid. Daarmee komt Van Eekelens gedachtegoed in praktijk: niet als losse retoriek, maar als onderdeel van regeringsafspraken die Europa meer eigen slagkracht moeten geven. Tegelijk ontbreekt het woord ‘Europees leger’ expliciet in het akkoord; sommige commentatoren lezen juist in dat ontbreken geen uitgesproken tegenstand. Voor Van Eekelen zou een pijler mogelijk niet genoeg zijn: hij zag een volledige Europese defensie, inclusief capaciteit om de oostelijke EU-grens te beveiligen en actief Oekraïne te steunen, als noodzakelijk.
Politieke reacties lopen uiteen. NATO-secretaris-generaal en partijgenoot Mark Rutte bagatelliseerde het idee onlangs nog tegenover het Europees Parlement met de woorden “Blijf lekker dromen”. Dat leidde tot speculatie over Rutte’s motieven en over de vraag of hij vanuit een pro-Amerikaanse positie Europese ambities wil afremmen. Desondanks maakten coalitieonderhandelaars ruimte voor Europese versterking van defensie.
Het begrip ‘strategische autonomie’ dat nu vaak genoemd wordt, is niet nieuw: het staat centraal in de EU-Global Strategy van 2016, opgesteld onder leiding van Federica Mogherini en mede tot stand gekomen tijdens een Nederlands EU-voorzitterschap met betrokkenheid van toenmalig minister Bert Koenders. Hoewel die strategie sindsdien niet routinematig is uitgewerkt, bestaan er wel beleidsfundamenten en instrumenten om Europese defensiecapaciteit te versterken — waaronder gezamenlijke financieringsmogelijkheden die in de praktijk neigen naar wat sommigen ‘eurobonds’ zouden noemen. CDA-leider Henri Bontenbal verdedigde zulke Europese financieringsconstructies en het coalitieakkoord maakt ruimte voor gezamenlijke investering in defensieprojecten.
Kort door de bocht: ideeën van Van Eekelen uit de jaren tachtig vinden nu brede, formele ingang in Nederlands beleid. De EU heeft materieel en institutioneel werk voor de boeg, maar er is reden voor voorzichtig optimisme dat Europa zijn bijdrage aan collectieve veiligheid steviger vorm kan geven — mits lidstaten, waaronder Nederland, loyaal meedoen.