Chatbot 'Geert-Pieter' in de klas: wat brengt AI teweeg in het onderwijs?

donderdag, 16 april 2026 (15:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Op scholen en op de universiteit in Leeuwarden draait een nieuwe realiteit: leerlingen en studenten gebruiken ChatGPT voortdurend — soms zo vertrouwelijk dat ze de chatbot een bijnaam geven — en dat dwingt leraren tot aanpassingen in lesgeven, toetsen en beleid. Aardrijkskundedocent Nienke Mud (CSG Comenius Mariënburg) hoort vaak dat „ChatGPT is mijn beste vriend” en ziet concreet hoe ingeleverde opdrachten ineens veel netter ogen. Universitair hoofddocent Oskar Gstrein (Campus Fryslân, RUG) signaleert hetzelfde onder studenten en pleit ervoor hen mee te laten denken over school‑ en faculteitsbeleid, omdat zij AI anders gebruiken dan docenten en praktische kennis hebben die schoolleiders missen.

Op Mariënburg leidde de zichtbare kwaliteitssprong van teksten tot een verandering van opdrachten: vwo‑leerlingen lieten ChatGPT een eerste versie van een wijkonderzoek maken, maar moesten die vervolgens in de praktijk verifiëren. Volgens Mud toont dat aan dat AI wel helpt met taal en structuur, maar geen betrouwbare feiten over specifieke lokale situaties levert — voor diepgravend onderzoek moet je „de straat op”. De ervaring leidt tot een bredere omslag: minder focus op het eindproduct en meer op het proces en op aantoonbare eigen inbreng.

De school stelde daarom richtlijnen op (in ontwikkeling): AI is geen wetenschappelijke bron maar mag gebruikt worden voor ideeën, structurering, feedback en taalkritiek. Cruciaal is transparantie: zowel leerlingen als docenten moeten open zijn over hun AI‑gebruik en kunnen aantonen welke prompts ze gebruikten en waarom. Mariënburg laat leerlingen bijvoorbeeld naast hun werkstuk ook de gebruikte prompts inleveren en steeds vaker toelichten tijdens presentaties of eindgesprekken — mondelinge verantwoording wordt zo een belangrijk toetsinstrument.

Toetsen blijft een knelpunt. Open tekstopdrachten zijn kwetsbaar voor AI‑hulp, terwijl mondelinge toetsen eerlijker maar tijdrovend zijn — vooral bij honderden studenten, merkt Gstrein op. Tegelijk biedt AI kansen voor maatwerk: versnelde leerlingen kunnen extra stof krijgen, wie moeite heeft met bepaalde concepten kan direct extra uitleg krijgen, en docenten kunnen AI inzetten voor lesvoorbereiding of het maken van oefenmateriaal.

De deskundigen benadrukken dat vakkennis onmisbaar blijft; leraren moeten kunnen beoordelen of AI‑output klopt en studenten blijven trainen in bronvaardigheid, onderzoek en kritisch denken. De opkomst van AI vereist creatievere opdrachten en een heroverweging van welke vaardigheden scholen nog prioriteren. Naast mogelijkheden waarschuwen zij voor afhankelijkheid van Big Tech en onbetrouwbare informatiebronnen, en adviseren betrokkenheid van zowel docenten als leerlingen bij het opstellen van regels. Uiteindelijk dwingt de technologie onderwijspraktijken te veranderen: transparanter werken, meer procesgerichte toetsing en een grotere nadruk op het leren zoeken, verifiëren en zelf nadenken.