CDA-Kamerlid Tijs van den Brink begon zijn loopbaan bij het 'Friesch Dagblad': 'Ik dacht dat ik de wereld kon veranderen'
In dit artikel:
Tijs van den Brink (55) werkte bijna dertig jaar als journalist en presentator bij de EO voordat hij in november 2025 zitting nam in de Tweede Kamer voor het CDA. Zijn politieke start volgt op een eerdere periode bij het Friesch Dagblad (1993–1996), waar hij als stadsverslaggever in Leeuwarden leerde wat regionaal journalistiek vakmanschap betekent: snel schakelen tussen uiteenlopende onderwerpen, nabijheid tot de samenleving en de harde deadlines van een kleine redactie. Die tijd noemt hij vormend; hij ervaart nu als Kamerlid dat hij weer even hard werkt als toen.
Ruim honderd dagen na zijn beëdiging leert Van den Brink het Kamergebouw praktisch kennen — van zoekgeraakte stopcontacten tot een onhandig koffiecupapparaat — maar vooral ervaart hij de inhoudelijke omslag: veel vergaderingen, technische en strategische briefings en een onophoudelijke stroom aan Kamerstukken en meldingen. Medewerkers helpen hem die informatiestroom te filteren. Waar hij in de journalistiek vooral kon pleiten en opinies uitdragen, ervaart hij in de politiek directe invloed op besluitvorming en het nemen van noodzakelijke concessies om wetsvoorstellen door de Kamer te krijgen.
Van den Brink benadrukt het belang van een vrije, maar verantwoordelijke pers en waarschuwt voor de erosie van vertrouwen door nepnieuws en trollenlegers op sociale media. Hij bespreekt de moeilijke balans tussen mogelijke overheidsingrijpen tegen schadelijke onlinepraktijken en het beschermen van grondrechten. Ook maakt hij zich zorgen over bredere bedreigingen van de rechtsstaat en wil concrete maatregelen onderzoeken om instituties weerbaarder te maken, waaronder aandacht voor benoemingsprocedures bij omroepen.
In zijn Kamerwerk richt hij zich op integratie, arbeidsmigratie, mensenhandel, prostitutie- en drugsbeleid, de rechtsstaat, constitutionele toetsing, het kiesstelsel, discriminatie en Koninkrijksrelaties. Van den Brink woont in Amersfoort, is getrouwd en heeft drie kinderen; zijn overgang van journalist naar volksvertegenwoordiger is gedreven door de wens om meer rechtstreeks invloed uit te oefenen op beleid en de democratische spelregels te beschermen.