'Cambuurmeiske, ben jij het?' De timing van onze hereniging had niet beter kunnen zijn
In dit artikel:
Met tranen in de keel rijdt de journaliste nogmaals langs het ontmantelde oude stadion van Cambuur en ervaart de leegte als een open wond: een omgeploegd veld vol plassen, één gehavende hoofdtribune en verder alleen kaalte. De aanblik overvalt haar; foto’s van de sloop snijden te grof in haar herinneringen. Terwijl ze parkeert tegenover Café Cambuur, wordt die schrijnende confrontatie met het verleden onverwacht verzacht door een stem uit vroeger tijden.
Een oude bekende, Willem, herkent haar en roept: „Cambuurmeiske, ben jij het?” Dat ene woord smelt het heden en het verleden samen. De ontmoeting brengt haar terug naar de jaren ’90 en supportersreizen in een bus vol jongens, momenten waarop voetbal allesbepalend was. Willem – die destijds bij Intratuin werkte en nu vanwege chronische klachten aan de zijlijn staat – heeft de Supporters van het Jaar-beker uit 1997 bewaard en vertelt trots over zijn gezin: een zoon die aan de RUG studeert en komende zomer naar Italië gaat.
Terwijl zij samen naar de kale plek kijken, hernieuwen ze hun gedeelde herinneringen aan uitwedstrijden en kameraadschap. Ze komen tot de nuchtere conclusie dat het oude stadion niet meer voldeed; het mocht verdwijnen, al doet het afscheid pijn. Het idee dat Cambuur inmiddels een „nieuw huis” heeft, biedt troost en maakt het definitieve vaarwel draaglijker.
De column is een persoonlijk portret van rouw en nostalgie rond de sloop van een vertrouwde plek, waarin een toevallige ontmoeting met een oude supporter het afscheid menselijke warmte en closure geeft. Schrijfster Marianne Velsink is geboren en getogen in Leeuwarden en woont met haar gezin in Giethoorn.