Burgers Mali al jaren kind van rekening staatsfalen | opinie
In dit artikel:
Tijdens de jaarwisseling 2014–2015 kregen Nederlandse Apache-gevechtshelikopters in Mali opdracht toezicht te houden bij het stadje Ber, nabij Timboektoe, als onderdeel van de VN-missie MINUSMA die sinds 2013 een scheidslijn bewaakte tussen regeringsstrijdkrachten en Toeareg-rebellen. Toen Ber de volgende dag onder vuur kwam te liggen, cirkelden de Nederlandse helikopters boven het gebied, maar opereerden zonder duidelijke mandatering van het VN-hoofdkwartier: er kwam geen tijdige autorisatie om al dan niet in te grijpen tegen aanvallen of geweld tegen burgers. Uiteindelijk trokken de aanvallers zich onverwacht terug — mogelijk afgeschrikt door de aanwezigheid van de Apaches — maar het incident toonde scherp de beperkingen en besluiteloosheid van veel post‑Koude Oorlogse VN-operaties, en riep de vraag op wat er gebeurd zou zijn bij een daadwerkelijke inval en massaal geweld, vergelijkbaar met eerdere veilige‑gebied‑catastrofes.
De episode illustreert hoe de tienjarige MINUSMA‑periode (2013–2023) niet leidde tot duurzame stabiliteit in Mali. Na de machtsovername van een militaire junta in 2020 werden VN‑ en Franse troepen uitgezet, de vrede met Toeareg‑groepen opgezegd en Russische huurlingen (voorheen Wagner, nu vaak aangeduid als ‘Africa Corps’) uitgenodigd om te vechten — een keuze die de burgerbevolking zwaar trof. Hoewel deze huurlingen weinig scrupules toonden en VN‑resoluties negeerden, bleken ze niet beslissend: hun optreden ging gepaard met wreedheden maar ook militaire tegenslagen. De recente verrassingsaanvallen van rebellen en de belegering van hoofdstad Bamako passen in een patroon van verslechterende veiligheid; sinds het vertrek van de VN‑vredesmacht is de situatie alleen maar verergerd en dreigt Mali te vervallen tot een falende staat binnen een ontwrichte Sahel. Artikel door Arthur ten Cate, bijzonder hoogleraar Militaire Geschiedenis.