Burgemeesters bij Nakba-herdenkingen laten Joden in de kou staan

zondag, 24 mei 2026 (16:14) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Verschillende Nederlandse burgemeesters en wethouders namen vorige week deel aan Nakba-herdenkingen en gaven daarmee volgens het Centraal Joods Overleg (CJO) een eenzijdig, politiek geladen verhaal over het Israëlisch-Palestijnse conflict een plek in de Nederlandse publieke sfeer. Het CJO — dat Joodse gemeenschappen in Nederland vertegenwoordigt — hekelt dat lokale bestuurders, die ook verantwoordelijkheid dragen voor de veiligheid en het thuisgevoel van Joden hier, buitenlandse conflicten niet zouden moeten importeren of reduceren tot één kant.

Wat gebeurde en waar: in Utrecht legden burgemeester Sharon Dijksma en wethouder Linda Voortman namens het college een krans op het Domplein bij een Nakba-bijeenkomst naast een ‘Free Palestine’-spandoek, georganiseerd mede door PGNL, een stichting van Amin Abou Rashed die volgens het artikel terechtstaat wegens vermeend doorsluizen van geld naar Hamas en op een Amerikaanse terreurlijst staat. De AIVD heeft bovendien vastgesteld dat binnen Nederlandse pro-Palestijnse netwerken cellen van Hamas actief zijn. In Amsterdam was locoburgemeester Zita Pels met ambtsketen aanwezig bij een herdenking in de Dominicuskerk, waar onder meer Omar Barghouti (medeoprichter van BDS) sprak; de bijeenkomst leidde tot een march naar de Dam. Burgemeester Femke Halsema en Arnhemse burgemeester Ahmed Marcouch plaatsten publieke verklaringen waarin zij kritiek uitten op het optreden van het Israëlische leger en opriepen tot bescherming van Palestijnse burgers — uitspraken die volgens het CJO de actuele oorlog in Gaza koppelen aan de gebeurtenissen van 1948.

Waarom dit CJO zorgen baart: het CJO wijst op de sterk toegenomen antisemitische incidenten in Nederland en elders, en op de groeiende anti-Israëlstemming in media en politiek. Volgens de organisatie voedt eenzijdige veroordeling van de enige Joodse staat antisemitisme en vergroot zij de onveiligheid van Joodse Nederlanders. Het CJO benadrukt dat kritiek op Israël als staat politiek mogelijk en legitiem is, maar dat lokale bestuurders onpartijdig moeten blijven en de diversiteit binnen hun gemeenten moeten dienen. Het roept Utrecht expliciet op publiek te verduidelijken wat het college met de slogan ‘Free Palestine’ bedoelt.

Context en historische nuancering: het CJO erkent dat 1948 voor velen leed bracht, en wijst erop dat de periode ook leidde tot de verdrijving van meer dan 850.000 Joden uit Arabische landen, van wie velen nu in Nederlandse steden wonen. De organisatie vraagt zich af waarom Nederlandse gemeenten wel de Nakba herdenken maar niet vergelijkbare massale verdrijvingen elders in de geschiedenis — en waarschuwt dat een selectieve nadruk op één kant van het conflict, juist nu, schadelijk is.

Achtergrond over de term ‘Nakba’: het woord werd in 1948 geïntroduceerd door de Syrische publicist Constantin Zureiq en verwees oorspronkelijk naar de Arabische ervaring van nederlaag en vernedering na de oorlog rond de Israëlische onafhankelijkheid. In westerse context duidt ‘Nakba’ sindsdien vaak op de ontheemding van enkele honderdduizenden Palestijnen tijdens die oorlog.

Slotopmerking van het CJO: hoewel de organisatie doorgaans niet ingrijpt in het Israëlisch-Palestijnse debat, acht zij de recente acties van lokale bestuurders onacceptabel vanwege de impact op de veiligheid en erkenning van Joodse inwoners; zij roept bestuurders op zich terughoudend en onpartijdig op te stellen en hun taken te richten op alle burgers zonder onderscheid.