Brian Kabbes brengt een ode aan de brandnetel. 'Het is een geweldige vlinderplant'
In dit artikel:
Brandnetels hebben in tuinen een slechte naam: ze prikken en woekeren, waardoor veel tuiniers ze zonder pardon wieden. De schrijver pleit echter voor een herwaardering van deze vaak verguisde plant, omdat ze ecologisch belangrijker is dan de meeste mensen denken. Brandnetels maken deel uit van onze kindertijd — het typische gestekelde blad laat bij velen een blijvende indruk achter — en die afschrikwekkende eigenschap is er juist op gericht om planten te beschermen. Toch eten sommige dieren er volledig van, wat een reden kan zijn om ze niet uit de tuin te bannen maar juist te tolereren.
In Nederland komen twee brandnetelsoorten voor: de grote brandnetel, een meerjarige soort die met wortelstokken tot twee meter hoog kan worden en veel ruimte inneemt, en de kleine brandnetel, eenjarige die zelden boven de 50 cm uitkomt maar een pijnlijkere steek heeft. Tuinders gebruiken geknipte brandnetels eeuwenlang als basis voor brandnetelgier, een natuurlijke bestrijder tegen bladluizen en rupsen die weinig milieuschade veroorzaakt.
Belangrijker nog is de rol van de brandnetel als waardplant voor rupsen. Veel geliefde dagvlinders — zoals atalanta, dagpauwoog, kleine vos en landkaartje — leggen hun eitjes op brandnetels; zonder de rupsen geen volwassen vlinders. Populaire ‘vlinderplanten’ in tuincentra (denk aan vlinderstruik) lokken wel volwassen vlinders met nectar, maar bieden geen voedsel voor rupsen. Voor echt meer vlinders is dus ook ruimte voor brandnetels nodig.
Een curiosum: in Marshwood (Dorset, VK) worden er jaarlijks wereldkampioenschappen brandneteleten gehouden; het record staat op naam van Simon Slee (23,40 meter).
Praktisch advies: in plaats van totaal uitroeien loont het om brandnetels plaatselijk te laten staan of ze doelgericht te benutten (gier maken), en bij bewerking altijd handschoenen te dragen. Zo combineer je meer biodiversiteit met verstandig tuinbeheer.