Bonenboer Henk Zuidema teelt peulvruchten in bonte kleuren
In dit artikel:
In zijn proeftuin in Jistrum teelt Henk Zuidema ongeveer dertig verschillende peulvruchten, van de Friese reade krobbe tot de Orcaboon en Noord-Hollandse bruine boon. Wat ooit begon als therapie na een burn-out — hij begon in 2013 met bonen zaaien — is voor hem uitgegroeid tot een “uit de klauwen gelopen hobby”: hij verkoopt zeldzamere, oude Nederlandse rassen via een kleine webshop aan een nichemarkt. Zijn schuur ligt vol zakken en vaten met gedroogde bonen; sinds de recent vernieuwde Schijf van Vijf, die consumenten aanraadt meer peulvruchten (van 180 naar 250 g per week) en minder vlees (van 500 naar 300 g), zag hij een plotselinge piek in bestellingen en loopt hij achter met inpakken (voor nieuwe bestellingen is nu ongeveer drie weken levertijd).
Zuidema legt uit hoe hij werkt: zaai halverwege mei zodra de grond circa 17 °C is, tuinbonen kiemen al eerder en kunnen kou verdragen en vormen struiken van zo’n meter hoog, andere bonen klimmen aan stokken en sommige kunnen zelfs drie meter hoog worden. Nieuwe varianten ontstaan soms spontaan door bestuiving; hij toont een onverwachte rood-witte mutant van een kruising tussen kidney- en Krombekboon. Voor gebruik moeten gedroogde bonen een nacht worden geweekt en circa dertig minuten gekookt, wat volgens Zuidema een barrière vormt voor consumenten die gemak zoeken en daarom vaak blikbonen kopen.
Veel peulvruchten in supermarkten zijn geïmporteerd omdat landen als China productierisico’s beter beheersen en daarmee goedkoper aanbieden; binnen Nederland komt vooral de conservenproductiebruine boon uit zonniger Zeeuws-Vlaanderen. Zuidema benadrukt zowel de culinaire variëteit en historie van Nederlandse bonenrassen als de praktische drempels voor thuisgebruik, terwijl de nieuwe voedingsrichtlijnen mogelijk meer belangstelling en afzet voor kleine specialisten zoals hij zullen opleveren.