Bomvolle volleybalkalender is zwaar voor maatschappelijk leven speelsters Friso Sneek. Waar ligt de oplossing?
In dit artikel:
Wie een wedstrijd van Friso Sneek bezoekt, ziet een club die op veel manieren professioneel oogt: teamauto’s, vier stafleden en vier trainingen per week. Toch verdienen de speelsters geen salaris naast reiskosten; coach Erik Reitsma noemt hen daarom liever “maatschappelijke topsporters” dan fulltime profs. De combinatie van wedstrijden, werk en studie staat daardoor onder druk doordat de speelkalender nauwelijks speling biedt.
De eredivisievoleyballiga voor acht teams hanteert een complex systeem: eerst een volledige thuis-uitcyclus, daarna een A‑ en B‑poule, gevolgd door kwart‑, semi‑ (best of three) en finalereeksen (best of five). Daarbovenop komen bekerduels, de Supercup en internationale toernooien (Challenge Cup, BeNe Cup). De competitie moet tussen 6 oktober en 3 mei afgewerkt zijn, waardoor vrijwel geen vrije weekenden overblijven en elke ploeg al snel verplicht wordt op een doordeweekse avond te spelen. Afgelastingen door weersomstandigheden of nationale‑teamverplichtingen dwingen tot inhaalwedstrijden doordeweeks; Sneek speelde dit seizoen al viermaal op woensdagavond en zag een wedstrijd tegen Assen door sneeuw voor de derde keer naar een doordeweekse avond verplaatst.
De gevolgen zijn concreet: speelsters moeten werk- en studieafspraken aanpassen. Passer Annika de Goede moet een tentamen vroegtijdig verlaten, rijinstructrice en spelverdeelster Geldou de Boer zegde leerlingen af. Oud‑speelster Nynke Oud gaf het volleybal stop vanwege de zware combinatie met haar baan als fysiotherapeut en leefstijlcoach; zij ervaart nu meer energie en rust. Veel actrices in de ploeg kiezen voor parttime werkgevers of vragen flexibele regelingen om de belasting draagbaar te houden.
Niet alleen spelers voelen de druk: ook vrijwilligers hebben een flinke staftaak. Voor thuisduels schakelt Friso vrijwilligers in voor opbouw, oproepen, vip‑zorg, flyers, commentator en begeleiders van ballenkinderen—bij elkaar circa 25 mensen, volgens vrijwilligers Klaas en Tjitske Wind. Doordeweeks zijn deze bezetting en het vinden van ballenkinderen lastiger; de bond heeft daarom de term ‘ballenrapers’ ingevoerd en staat doordeweeks met minder rapers toe.
Knopen die wikken over de kalender, zoals bondsmanager Hans de Vos, herkennen het probleem maar noemen tegengestelde belangen: clubs willen zowel sportieve kwaliteit als commerciële zichtbaarheid voor fans en sponsoren. Reitsma pleit voor schrappen van de A/B‑poule of het uitbreiden van de eredivisie zodat de reguliere competitie langer duurt en een promotie‑/degradatieregeling mogelijk wordt — maatregelen die meer weekendvrije dagen zouden opleveren.
Sportief ging Sneek het nieuwe jaar binnen met een duidelijke 3‑0 thuiszege op Meerdervoort VV Utrecht (25‑17; 25‑16; 25‑22), zonder Iris Oosterbaan (geblesseerd) en Rixt van der Wal (geschorst na een incident). De casus Friso Sneek toont het spanningsveld tussen een professioneel ogende sportpraktijk en de realiteit van semiprofessionele spelers die werk en volleybal moeten combineren, en onderstreept de zoektocht naar een speelkalender die dat beter faciliteert.