Boerenwindmolen velt weinig vogels en vleermuizen in Friesland: 'Toch zijn het er te veel'
In dit artikel:
Gemiddeld veroorzaken kleine boerenturbines in Friesland jaarlijks 2,2 dode vogels en 0,84 dode vleermuizen per turbine, concludeert Gedeputeerde Staten op basis van onderzoek van het Groningse bureau Ecosensys. Het bureau kreeg drie jaar geleden opdracht van de provincies Fryslân en Groningen om de ecologische effecten van de sterke toename van zulke turbines (in Friesland inmiddels 201 stuks, maximaal 15 m masthoogte) in kaart te brengen.
Hoewel de aantallen slachtoffers per turbine laag lijken, wordt voor meerdere soorten wel de belangrijke mortaliteitsnorm van 1 procent overschreden. Bij vogels gaat het onder meer om de bergeend, torenvalk en bruine kiekendief; bij vleermuizen betreft het alle onderzochte soorten behalve de gewone grootoorvleermuis. Ecosensys doet meerdere aanbevelingen om sterfte te verminderen: turbines buiten erfterreinen of vliegroutes plaatsen, muizenbestrijding rond molens en gerichte stilstanden van de turbines.
Een opvallende bevinding is dat 57 procent van de vleermuisslachtoffers in augustus valt; nachtelijke stilstand in die maand zou veel sterfte kunnen voorkomen. Gedeputeerde Staten laten weten te willen zoeken naar een balans tussen energieopwekking, natuur, landschap en landbouw en bekijken welke aanbevelingen worden overgenomen.
Een boerenechtpaar met een van de vroegste Friese turbines reageert verbaasd: zij hebben zelf nooit dode vogels of vleermuizen bij hun molen gevonden en noemen de vastgestelde aantallen „ferwaarleasbere oantallen” — „Moatte we ús hjir no drok oer meitsje?”