Boer mag stikstofreductie tot 2035 zelf invullen. Lukt dat niet, dan gaat mes in veestapel

vrijdag, 30 januari 2026 (18:26) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

De minderheidscoalitie van D66, VVD en CDA legt een wettelijke route vast om de Nederlandse stikstofuitstoot fors te verminderen: een bindingseis van 42–46% minder uitstoot in 2035 ten opzichte van 2019, met een tussendoel van 23–25% in 2030. Tot 2035 mag de landbouw zelf bepalen hoe zij die reductie bereikt; industrie en mobiliteit krijgen daarnaast ook de opdracht hun uitstoot flink terug te dringen.

Als het 2030-streefdoel niet wordt gehaald, volgt eerst overleg met de landbouw over aanvullende maatregelen. Mislukt het behalen van het 2035-doel, dan verliest overleg zijn plaats en treedt een opgelegde krimp van de veestapel in werking: het Rijk neemt dier- of fosfaatrechten in bij veehouders. Ook kalver- en geitenhouderijen krijgen een stelsel van dier- of fosfaatrechten.

De coalitie wil reductiedoelen per gebied — mogelijk zelfs per bedrijf — invoeren, waarna boeren zelf mogen bepalen welke maatregelen ze op hun bedrijf nemen. Voor de zomer moet een pakket generieke maatregelen worden afgesproken om voortgang te verzekeren; als stok achter de deur komt uiterlijk in 2032 een eenvoudige grondgebondenheidsnorm (maximaal aantal dieren per hectare) voor bedrijven die hun reductiedoel nog niet gehaald hebben.

Financieel wordt de transitie ondersteund met ongeveer 20 miljard euro voor landbouwtransitie, natuurherstel en vrijwillige vertrekregelingen; hiermee wordt grotendeels hersteld wat eerder als stikstoffonds was geschrapt. Rondom kwetsbare natuurgebieden geldt een strenger regime met hogere reductie-eisen; provincies krijgen een brede gereedschapskist voor innovatie, extensivering, omschakeling, verplaatsing of beëindiging van bedrijven.

Om ruimte te bieden waar mogelijk, komt er een landelijke grondbank om verplaatsing van veehouderijen te vergemakkelijken. De coalitie breidt agrarisch natuurbeheer uit op plekken met de grootste meerwaarde voor natuur en water, beperkt het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen en wil in Europa lobbyen voor toelating van nieuwe veredelingstechnieken zoals CRISPR-Cas en cisgenese voor glastuinbouw en akkerbouw.

Reacties in Fryslân zijn gemengd: Jan Teade Kooistra (LTO Fryslân) noemt het akkoord grotendeels in lijn met eerder bereikte afspraken en is blij met het terugkerende fonds en de keuzevrijheid voor boeren, maar mist een derogatie voor graslandbemesting — het vervallen daarvan drijft mestafvoer- en verwerkingskosten op. Dijkgraaf Luzette Kroon (Wetterskip Fryslân) juicht toe dat ruimtelijke ordening voortaan “water- en bodemsturend” wordt, maar mist een concreet saneringsfonds voor pfas-vervuiling.

Hans van der Werf van de Friese Milieufederatie prijst de natuur- en stikstofmaatregelen als herstelwerk, maar uit forse teleurstelling over de zwakkere klimaatplannen en besluitvorming als het openhouden van Lelystad Airport. Kortom: het akkoord zet heldere doelen en handhavingsmechanismen neer, biedt financiële steun en gebiedsgerichte instrumenten, maar stuit op zorgen over mestbeleid, pfas-sanering en klimaatambities.