Biografische schetsen van een kunstschilder. Anne Marie Blaupot ten Cate was altijd op zoek naar vrijheid
In dit artikel:
Schrijfster Hanneke Boonstra (74) haalde kunstenares Anne Marie Blaupot ten Cate uit de vergetelheid met haar boek Anne Marie Blaupot ten Cate — Een onstuimig leven, dat zaterdag werd gepresenteerd in Museum Belvédère in Oranjewoud. Tegelijkertijd opende daar een kleine overzichtstentoonstelling met werk van de in Nijehaske geboren schilderes. Boonstra, die jarenlang gefascineerd raakte door Blaupots werk en leven, noemt het project een reeks biografische schetsen en geeft in het boek vooral aandacht aan de persoon achter het oeuvre.
Boonstra hoorde voor het eerst van Blaupot begin 2023 toen oud-uitgever Harko Keijzer haar wat foto’s en documenten toestuurde. Na een bezoek aan Museum Belvédère in juni 2023, waar één schilderij van Blaupot in de collectie hangt, begon ze gericht onderzoek. Ze werkte onder meer met materiaal uit het familiearchief dat wordt beheerd door Ernst Storm, waarmee ze schilderijen, brieven, medische dossiers en krantenknipsels bestudeerde. Aanvankelijk was er terughoudendheid bij familieleden, maar die werd overwonnen en niets wezenlijks bleek verborgen.
Anne Marie Blaupot ten Cate werd op 13 augustus 1902 geboren; het gezin verhuisde snel naar Arnhem waar zij opgroeide in een artistiek milieu. Haar ouders stimuleerden haar, ze kreeg les van tekenaar Jacob Hendrik Geerlings en zat op de hbs waar ook Maurits Cornelis Escher school liep. De familie telde meerdere kunstenaars, onder wie leden van de Mesdag- en van Houten-clans. Blaupot volgde opleidingen in Den Haag en Amsterdam maar verliet die voortijdig omdat ze te weinig vrijheid voelde; die vond ze later in Parijs (1924–1929), onder andere aan de Académie André Lhote. Haar vroege werk toont kubistische invloeden van die leermeester.
Professioneel maakte ze stappen: in 1928 een solotentoonstelling in Galerie Alice Manteau in Parijs en deelname aan een groepstentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Ze raakte bevriend met collega’s als Tjerk Bottema en Piet Mondriaan. Toch bleef haar reputatie beperkt — deels doordat ze enorm rondreisde en woonde in onder meer Nederlands-Indië, Marokko, Zwitserland, India, Nepal, Frankrijk en op Ibiza. Die zwerftochten zorgden ervoor dat ongeveer vierhonderd van haar werken over de wereld verspreid raakten.
Boonstra schetst Blaupot als eigenzinnig, onafhankelijk en soms eenzaam: iemand die voortdurend nieuwe beginselen zoekt en weinig behoefte had aan langdurige bindingen. Ze had verschillende relaties met intellectuelen en kunstenaars — zo duikt de naam van de Duitse cultuurfilosoof Walter Benjamin op — maar huwelijken waren kort. Vanaf de jaren vijftig verplaatste haar werk zich meer naar abstractie en textiele toepassingen, mede omdat trillende handen tekenen en schilderen bemoeilijkten.
Een terugkerend thema in Boonstras onderzoek is Blaupots psychische kwetsbaarheid. De kunstenares leed lange tijd aan psychoses; in december 1939 veroorzaakte een psychotische uitbarsting tijdens een etentje haar tijdelijke opname op Bali. Later in het leven nam de ernst van de psychoses af. Haar veerkracht valt Boonstra op: telkens pakte Blaupot het leven weer op en werkte door. In haar laatste levensjaren woonde ze van 1985 tot haar dood in 2002 in het Rosa Spier Huis in Laren; haar laatste expositie vond plaats op haar 85e verjaardag.
Boonstra erkent dat niet alle vragen over Blaupots onrust en jeugd opgelost zijn; sommige mysterieuze trekken van haar persoonlijkheid blijven ongrijpbaar. Toch wil ze de schilderes opnieuw op de kaart zetten: niet alleen als kunstenaar met interessante kleur- en compositiekeuzes, maar vooral als een markant en onstuimig mens. De expositie in Museum Belvédère is te zien van 21 februari tot en met 7 juni. Het boek, uitgegeven door Waanders Uitgevers, kost 29,95 euro.