Bijstandsontvanger uit Drachten verraden door eigen watermeter: man moet 34.000 euro terugbetalen
In dit artikel:
Een inwoner van Drachten moet ongeveer 34.000 euro terugbetalen omdat de gemeente Smallingerland concludeerde dat hij niet daadwerkelijk woonde op het adres waar hij een bijstandsuitkering ontving. Onderzoek bij het waterbedrijf toonde aan dat het jaarlijkse waterverbruik op dat adres onder de 7 kuub lag, wat de ambtenaren onwaarschijnlijk vonden voor een bewoonde woning; ook het stroomverbruik lag met minder dan 300 kWh per jaar vrijwel op stand‑by‑niveau. De man voerde tegen dat de meterstanden onbetrouwbaar waren en dat stadsverwarming het waterverbruik vertekende, en hij gaf toe soms in het buitenland te verblijven. Bankafschriften moesten aantonen dat zijn leven grotendeels in Drachten plaatsvond, maar de rechter vond dat de kernvraag is dat bijstandsontvangers hun uitkeringsadres als hoofdverblijf moeten gebruiken. Op 27 februari oordeelde de rechtbank dat het lage water- en stroomverbruik aannemelijk maakt dat hij niet echt op dat adres woonde; de bewijslast lag bij de ontvanger en werd niet voldoende geleverd, zodat de terugvordering werd bevestigd. Deze zaak illustreert dat gemeenten vaak meterstanden en energiecijfers gebruiken om woonfraude te controleren en dat aanvragers moeten kunnen aantonen waar hun hoofdverblijf werkelijk is.