Bijna een hele raadsperiode zonder armoedebeleid. Maar nu heeft Tytsjerksteradiel een plan. 'We missen de gemeente'
In dit artikel:
In de voedselbank in Burgum is het werk sober en kil: kachel uit, slechts één lampje in het kantoor. Vrijwilligers zoals buurvrouwen Bianca Boonstra (al tien jaar actief) en Elles Koops (sinds een jaar) zetten zich in voor ongeveer dertig huishoudens uit de hele gemeente Tytsjerksteradiel. Woensdag arriveert een nieuwe zending uit het distributiecentrum in Drachten; dan controleren zo’n tien vrijwilligers alle houdbaarheidsdata en sorteren de pakketten. Ze weten echter dat ze lang niet iedereen bereiken die hulp nodig heeft.
Vrijwilligers merken een veranderende doelgroep: er komen meer jongeren met andere problematiek, onder meer gokverslaving, naast de oudere klanten. Tegelijk speelt schaamte een grote rol: mensen moeten bij de gemeente en daarna bij de voedselbank registratieformulieren invullen, wat drempels opwerpt voor laaggeletterden of mensen zonder smartphone of internet. Ongeveer 15 procent van de inwoners van Tytsjerksteradiel is laaggeletterd, wat vaak samenhangt met armoede en schulden.
Op beleidsniveau heeft de gemeente lange tijd weinig prioriteit gegeven aan armoedebestrijding. Een apart gemeentelijk plan liep in 2018 af en is niet adequaat vervangen; een samenhangend kader met buurgemeente Achtkarspelen stopte vier jaar geleden. Daardoor was er bijna de hele raadsperiode geen specifiek armoedebeleid met meetbare doelen, iets waar de Rekenkamer eerder kritiek op leverde en waarvoor een effectiviteitsonderzoek in 2024 lastig bleek uit te voeren. Statistisch staat Tytsjerksteradiel er relatief gunstig voor: in 2022 hadden 460 huishoudens een bijstandsuitkering, minder dan in veel andere Friese gemeenten. Tegelijk nam dat jaar het aantal huishoudens met schulden fors toe (+170), wat volgens de Rekenkamer wijst op een groeiend risico.
Twee jaar na het Rekenkamer-rapport presenteert de gemeente een nieuw plan om hulp toegankelijker te maken. Maatregelen die genoemd worden zijn uitlegvideo’s afgestemd op mensen met lage taalvaardigheid, onderzoek naar een gratis buspas voor mensen in armoede en een mogelijk informatiepunt. Wethouder Doeke Fokkema en de raad reageren positief; de vrijwilligers zijn terughoudender. Zij betwijfelen of video’s voldoende zijn voor mensen die digitaal onbekwaam zijn of geen internet hebben en vinden dat de gemeente minder moet studeren en meer praktische ondersteuning moet bieden: “We missen de gemeente heel erg,” zegt Boonstra.
Politieke partijen zijn verdeeld over directe financiële steun aan de voedselbank. PvdA/GroenLinks, CDA, ChristenUnie en BFTD spreken zich voor hulp of faciliteiten uit; FNP wil incidentele steun; D66 wil vooral in preventie investeren; de VVD is tegen structurele gemeentelijke financiering. Ondertussen merken de vrijwilligers dat lokale donaties afnemen door de opkomst van deelkastjes, waarvan de voedselbank vreest dat ze ook door mensen die geen hulp nodig hebben leeggehaald worden. Naast levensmiddelen biedt de voedselbank belangrijke sociale steun: een kopje koffie en een luisterend oor voor mensen die al een grote drempel hebben genomen.