Beter bestuur met grotere gemeenten | opinie
In dit artikel:
Wethouder Rob Jonkman (Opsterland) waarschuwt dat andere knelpunten het lokaal bestuur sterker ondermijnen dan de lage opkomst bij raadsverkiezingen. Terwijl wetenschappers zoeken naar verklaringen voor het succes van lokale partijen — vaak toegeschreven aan dichtbijheid bij kiezers — valt dat succes niet eenduidig te duiden. Nationaal-politieke partijen kunnen net zo goed lokaal geworteld zijn, en extreemrechtse partijen als Forum voor Democratie gebruikten de gemeenteraadsverkiezingen vooral als podium voor hun bredere, polariserende boodschappen.
In een interview in de Leeuwarder Courant (14 maart) noemt Jonkman drie grotere zorgen. Ten eerste is agressie tegen bestuurders en raadsleden fors toegenomen, een ontwikkeling die tijdens campagnes terecht veel aandacht kreeg. Ten tweede ziet hij een kentering in de opvatting van burgers: individuele belangen krijgen voorrang boven het algemeen belang, een verandering die hij deels toeschrijft aan de invloed van Amerikaanse techbedrijven op publieke opinie. Ten derde is het takenpakket van gemeenten complexer geworden; taken zijn afgeschaald naar samenwerkingsverbanden en gemeenschappelijke regelingen, waarvan Friesland er tientallen kent.
Die schaalvergroting van uitvoering heeft praktische gevolgen: wethouders hebben vaak weinig ambtelijke ondersteuning binnen hun eigen gemeentehuis en de gemeenteraad heeft slechts indirecte invloed op beslissingen in regionale samenwerkingsverbanden. Jonkman en auteur Rimmer Mulder pleiten daarom voor grotere gemeenten met een steviger, lokaal ambtelijk apparaat zodat gekozen vertegenwoordigers weer effectiever kunnen sturen — een onderwerp dat in verkiezingscampagnes vrijwel ontbreekt omdat het onpopulair is.