Benzine, frites en de sauna: dit wordt allemaal duurder door de oorlog in het Midden-Oosten

vrijdag, 13 maart 2026 (21:12) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

De oorlog in het Midden-Oosten drijft de olie- en gasprijzen in korte tijd sterk op en dat voelt de Nederlandse consument al bij de pomp en straks in veel meer producten en diensten. Binnen enkele weken steeg de adviesprijs voor benzine van ongeveer €2,23 naar €2,46 en diesel van €2,21 naar bijna €2,47, terwijl de olieprijs op de wereldmarkt met ruim 65 procent toenam en gasprijzen een vergelijkbare stijging lieten zien.

Economen waarschuwen dat hogere energieprijzen zich als een olievlek over de economie verspreiden, zoals ook gebeurde na de inval van Rusland in Oekraïne in 2022. Toen leidden stijgende energie- en grondstofkosten samen tot een scherpe opleving van de inflatie; nu is het effect nog grotendeels afhankelijk van hoe lang de huidige oorlog voortduurt. Het Centraal Planbureau houdt de ramingen voorlopig op 2,3 procent inflatie, maar rekent twee scenario’s door: bij de huidige marktprijzen komt inflatie uit op circa 2,9 procent; bij langdurige escalatie kan dat oplopen naar ongeveer 3,8 procent.

De volgorde van doorwerking is voorspelbaar: brandstofprijzen reageren het eerst, gevolgd door hogere energierekeningen en vervolgens sectoren die veel energie verbruiken of voor wie energie een grote kostenpost is. Luchtvaartmaatschappijen zullen kerosinekosten snel doorberekenen in tickets; de glastuinbouw, waterbedrijven, sauna’s en zonnebanken, bouwmaterialenproducenten en wasserijen behoren tot de meest kwetsbare sectoren. Kassen zijn inmiddels energiezuiniger geworden — door minder gasgebruik, investeringen in isolatie en led-verlichting — en veel telers hebben hun leveranties deels vastgelegd, maar energie blijft bij glastuinbouw vaak 15–25 procent van de kosten.

Ook voedingsmiddelen kunnen duurder worden: verwerking en verpakking van brood, frites en bier zijn energie- en grondstofintensief; kunststoffen, papier en aluminium stijgen eveneens in prijs, waardoor de voedingsmiddelenindustrie kosten mogelijk doorberekent. De precieze timing van prijsstijgingen verschilt: historisch duurt het bij levensmiddelen drie tot negen maanden voordat hogere energiekosten bij de consument terechtkomen, terwijl meubels, schoenen en kleding vaak pas na 15–21 maanden duurder worden. Veel mkb-bedrijven hebben energiecontracten met tweemaaljarige tariefvaststelling, wat kan betekenen dat nieuwe tarieven en doorberekeningen vanaf de zomer zichtbaar worden.

Niet alle bedrijven kunnen of willen direct prijzen verhogen — in de horeca en vrijetijdssector is doorberekenen lastiger — maar als hogere kosten zich geleidelijk opstapelen en inflatie oploopt, zullen vakbonden dat in loononderhandelingen meenemen. Met een krappe arbeidsmarkt in Nederland kan dat extra prijs- en loondruk geven.

Uiteindelijk hangt de economische pijn vooral af van de duur en intensiteit van de aanvalscycli in de regio. Als Iran op langere termijn olie- en gasinfrastructuur blijft raken, kan dat de prijzen langdurig hoog houden en de druk op consumentenprijzen en productiecapaciteit vergroten.