Behoed gemeenteambtenaren voor uitputting | opinie
In dit artikel:
Jeroen van Gool, directeur van het A&O-fonds Gemeenten, waarschuwt dat de knelpunten in het openbaar bestuur niet alleen door externe factoren (oorlog, migratie, klimaat, digitalisering) worden veroorzaakt, maar vooral ook door spanningen van binnenuit: hoe het systeem is ingericht en oplopende verwachtingen. Gemeenten kregen de afgelopen twintig jaar veel extra taken—met name via decentralisaties in het sociaal domein—terwijl het Gemeentefonds groeide van circa 15 naar bijna 45 miljard euro. Tegelijk nam de verantwoordingsdruk en regelcomplexiteit toe, maar de professionele handelingsruimte van ambtenaren groeide veel minder hard.
In de praktijk ontstaat een structurele spagaat tussen Rijk (kadereisen), inwoners (directe oplossingen) en gemeenteraden (zichtbare resultaten), waardoor ambtenaren dagelijks tussen tegenstrijdige belangen komen te staan. Beleid wisselt steeds sneller; evaluaties blijven achter en het lerend vermogen slinkt, terwijl organisaties juist stabiliteit moeten bieden en voortdurend moeten schakelen.
De druk wordt groter door demografische ontwikkelingen: binnen tien jaar bereikt ruim dertig procent van de gemeenteambtenaren de pensioengerechtigde leeftijd, wat de arbeidsmarktkrapte structureel houdt. Minder mensen moeten meer en complexer werk doen, terwijl kabinet en samenleving juist veel van gemeenten blijven verlangen—zij zijn uitvoerder, vangnet en proeftuin tegelijk.
Van Gool pleit voor “ambtelijke ademruimte”: concreet meer ruimte om prioriteiten te stellen, professioneel oordeel te gebruiken en te leren zonder onmiddellijk extra regels en verantwoording. Om gemeenten ook over tien jaar effectief te laten blijven, is nu investeren nodig in arbeidsmarktbeleid, werkomstandigheden en strategische personeelsplanning. Het kabinet heeft volgens hem de sleutel om te voorkomen dat spagaatpijn overgaat in structurele uitputting van het lokale bestuur.