Begin en einde van het jaar én de seizoenen

zaterdag, 3 januari 2026 (16:43) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

We staan aan het begin van een nieuw jaar; de auteur blikt terug op winterse natuurverschijnselen en noteert tegelijk dat dit zijn laatste bijdrage is aan de weekeindbijlage na veertien afleveringen. Hij roept op tot aandacht voor natuur, zowel lokaal tijdens wandelingen met Staatsbosbeheer en It Fryske Gea als globaal vanwege de veranderingen die gaande zijn.

Wat valt er in de winter nog te zien? Ondanks dat excursies minder frequent zijn en bloemen schaarser, bloeit er nog genoeg, mede door de steeds mildere winters. Voorbeelden: de winterakoniet die tot maart te vinden is, en de gaspeldoorn (gorse) — een stekelige vlinderbloemige die vaak onterecht met brem wordt verward — die al in januari/februari geel kan oplichten op heidevelden en ook later in het jaar nog bloemen produceert. De wilg en de hazelaar zijn belangrijke vroege bronnen van stuifmeel en nectar; zij bloeien vaak al voordat het blad verschijnt (zogeheten naaktbloeiers) en vertrouwen op de wind voor bestuiving. Andere bomen die vroeg bloeien zijn magnolia, els, berk en kornoelje. Die vroege bloei is van betekenis voor overwinterende insecten die noodgedwongen vroeg moeten bijtanken.

De schrijver illustreert de verschuivingen met waarnemingen: vorig jaar werden op 15 januari al dagpauwogen gezien en eind januari 2025 hoorde hij een tjiftjaf (chiffchaff). Zulke signalen passen in een breder patroon: door warmere winters veranderen overwinteringsstrategieën van vogels. Steeds vaker ontstaat er een gemengde strategie binnen één soort: een deel trekt weg, een deel blijft. Dat maakt voorspellingen onzeker — wie blijft profiteert van een voorsprong in het voorjaar als de winter mild blijft, maar loopt groot risico bij onverwachte strenge vorst. De auteur verwacht dat handboeken over vogeltrek vaker herzien moeten worden en verwijst naar de Vogelbescherming voor actuele informatie.

Afsluitend benadrukt hij dat de natuur ondanks druk en problemen nog veel moois biedt en nodigt lezers uit om mee te wandelen bij natuurorganisaties. De column is een mix van natuurobservatie, klimaatgerelateerde gedragsveranderingen bij planten en dieren, en een persoonlijke afscheidsnoot met de oproep om te blijven genieten en te werken aan natuurverbetering.