Bang voor vlinders? Dierenpark Wildlands stelt dode exemplaren beschikbaar voor therapie door psycholoog Melissa uit Leeuwarden
In dit artikel:
Psychologe Melissa Alkema uit Leeuwarden vroeg dierenpark Wildlands in Emmen of ze dode vlinders mocht ophalen voor therapie bij kinderen en jongeren die bang zijn voor vlinders en motten (lepidopterofobie). Het park stemde - onder strikte voorwaarden - toe om twee exemplaren af te staan: een passiebloemvlinder en een nachtvlinder. Wildlands wilde hiermee een uitzondering maken omdat de dieren een nuttige rol kunnen vervullen in behandeling en niet verhandeld mogen worden.
Wildlands-woordvoerster Hanneke Wijshake gaf aan verrast te zijn door de ernst van sommige angsten; sommige mensen durven daardoor hun ramen niet open te zetten of buitenshuis geen ijsje meer te eten. Normaal weigert het park verzoeken om diermateriaal om handel in dieren te ontmoedigen, maar voor therapeutisch gebruik werd een uitzondering gemaakt.
Dode vlinders zijn geschikt voor exposuretherapie omdat ze niet bewegen; bij fobiebehandeling worden cliënten geleidelijk blootgesteld — eerst in gedachten, daarna met beelden en uiteindelijk met echte exemplaren. Hoeveel mensen precies last hebben van deze specifieke fobie is onbekend.
Doorgaans belanden dode vlinders bij Wildlands in de groencontainer of dienen ze als vogelvoer. Grotere dieren worden vaak vernietigd, gevoerd aan leeuwen (als er geen medicatie in zit) of voor autopsie en wetenschappelijk onderzoek naar de faculteit diergeneeskunde in Utrecht gestuurd. Wanneer het park iets wil behouden voor educatie, wordt dat via strikte regels en met documentatie geregeld. Dagelijks vindt het park tientallen dode vlinders, maar niet allemaal in een gaaf genoeg staat voor educatief of therapeutisch gebruik; oudere exemplaren hebben vaak beschadigde vleugels.
Extra context: exposuretherapie is een gangbare aanpak bij specifieke fobieën en werkt via stapsgewijze confrontatie met de angstprikkel om de angstreactie te verminderen.