Bahai-gelovigen Diny en John Ebink werken in de eigen omgeving aan een vrede die wereldwijd ver weg lijkt
In dit artikel:
Diny en John Ebink uit Sneek zijn al ongeveer een halve eeuw aanhangers van het bahai-geloof. Diny, als Fries katholiek meisje opgegroeid in de Noordoostpolder, raakte na een lange persoonlijke zoektocht bij de bahá’í-traditie betrokken; nieuwsgierigheid naar andere religies en ontevredenheid over het exclusieve kerkelijke antwoord leidde haar langs hindoeïsme en zelfs een jaar bij nonnen, totdat ze per toeval met bahai in aanraking kwam. John leerde haar later kennen en sloot zich niet zozeer vanuit spiritualiteit maar vanuit een rationeel ideaal aan: plannen als een wereldtaal, een gezamenlijk financieel stelsel, gelijkheid tussen man en vrouw en internationale samenwerking spraken hem aan.
Centraal in hun geloof staat het idee van eenheid — van God, van religies en van de mensheid — en de overtuiging dat historische religieuze leiders als manifestaties van dezelfde goddelijke bron functioneren. Voor het echtpaar vertaalt die grootse visie zich in een alledaagse levenshouding: bijdragen aan vrede door in hun gezin en buurt te proberen verschillen te overbruggen en met aandacht en respect op mensen af te gaan. Ondanks hun besef dat de wereld soms lijkt terug te vallen in conflict zien ze dat als een fase in menselijke ontwikkeling en blijven ze werken aan verandering.
Het bahai-ritme van het jaar ondersteunt dit gemeenschapsleven: de kalender telt negentien maanden van negentien dagen, met per maand een samenkomst — het negentiendaagsfeest — en een jaarlijkse vastentijd. In de zuidwesthoek van Friesland wonen slechts drie gelovigen, waaronder Diny en John; in heel Fryslân zijn er zo’n 25 volwassenen. Zij komen in wisselende samenstellingen samen, meestal bij iemand thuis, voor meditatie, consultatie over praktische zaken (zoals de viering van het bahai-nieuwjaar op 21 maart) en het sociale samenzijn met eten.
Een concrete bijdrage van het echtpaar aan de levensvatbaarheid van hun gemeenschap is taalwerk: naar aanleiding van een instructie van vroeg bahai-leiders vertaalde een klein werkgroepje door de decennia gebeden en leerstukken naar het Fries, met Diny nog steeds actief. De vertalingen zijn beschikbaar via de lokale website van het Bahai Selskip Fryslân.
Ter context: het bahai-geloof ontstond in de tweede helft van de 19e eeuw in Iran en heeft Bahá'u'lláh (1817–1892) als stichter. Wereldwijd zijn er naar schatting 5–7 miljoen bahá’ís; de grootste gemeenschappen bevinden zich in India en — ondanks zware vervolging — ook Iran. Nederland telt ongeveer 1.200 volgelingen en het wereldcentrum van de beweging staat in Haifa (Israël). Voor Diny en John blijft de ambitie van een geestelijk geïnspireerde nieuwe wereldorde en wereldvrede leidraad, zowel in lokale contacten als in hun vertalings- en gemeenschapswerk.