Baggerbedrijf in Koudum wil af van torenhoge dwangsom van 300.000 euro
In dit artikel:
Baggerbedrijf Ippel Dredging BV uit Koudum is in hoger beroep bij de Raad van State tegen een boete van 300.000 euro die de gemeente Súdwest-Fryslân in 2021 oplegde. De gemeente gaf de sanctie omdat Ippel in zijn depot aan de Bovenburen 7.200 kuub verontreinigd slib uit de Hallumer Feart zou hebben opgeslagen, wat volgens Súdwest-Fryslân strijdig was met het landelijke Besluit Bodemkwaliteit (BBK). De gemeente stelt dat het slib met olie en andere verontreinigingen direct naar een erkend afvalverwerker had moeten gaan.
Ippel betwist dat er sprake was van een overtreding. Het bedrijf voert aan dat de minerale olieverontreinigingen zijn verdampt, waardoor het materiaal industrieel toepasbaar werd en derhalve zonder directe afvoer langere tijd in depot mocht blijven liggen. De verdediging noemt de zaak principieel en wijst ook op imagoschade: klanten zouden nu onterecht kunnen denken dat er iets mis is met het bedrijf. De lagere bestuursrechter wees eerder alle bezwaren van Ippel af.
De gemeente houdt vast aan handhaving: Ippel beschikte niet over een vloeistofdichte vloer, geen milieuvergunning en geen certificering, en zou daarmee oneerlijke concurrentie creëren ten opzichte van gecertificeerde verwerkers. Tijdens de zitting vroeg de Raad van State waarom Ippel nog belang zou hebben bij hoger beroep, nu het slib inmiddels is afgevoerd en de boete dus niet meer hoeft te worden voldaan. De rechter stelde veel technisch-juridische vragen en kondigde aan binnen enkele weken uitspraak te doen.
Achtergrond: het geschil raakt aan de toepassing van het BBK en de grens tussen tijdelijk depot- en afvalverwerking in de baggersector.