Bachs Johannes Passion: rechtbankdrama avant la lettre
In dit artikel:
Jan Ybema, Friesch Dagblad-journalist en gast in Café Klassiek, herontdekt Bachs Johannespassie (1724, BWV 245) nadat corona zijn jaarlijkse traditie om passies bij te wonen onderbrak. Als kind ging hij elk jaar met zijn ouders naar uitvoeringen in Friesland — onder meer de Matthäus in Bolsward (Pauli Yap) en de Johannes in Workum (Hoite Pruiksma) — en die vroege gewoonten wortelden in een levenslange liefde voor de muziek, ondanks dat hij soms als jongste tussen bejaarde toehoorders zat.
De Johannespassie, korter en compacter dan de meer monumentale Matthäus, legt minder nadruk op het fysieke lijden van Christus en meer op het juridische drama rondom zijn proces. Daardoor wordt Pontius Pilatus een van de meest spannende personages: zijn innerlijke strijd en politieke angst klinken bij Bach onverbloemd en indringend. Ybema wijst ook op het slot van de Johannes als bijzonder geconcentreerd: het voorlaatste koraal met zijn wiegende dalende motief evoceert het graf, terwijl het laatste deel door een sober, bekende lutherse melodie heen naar een uitroep toewerkt — “Herr Jesu Christ, erhöre mich” — waarin lijden en hoop samenvloeien.
Terugluisteren aan de passie voor Café Klassiek heropent bij Ybema de verwondering en de emotie die live-uitvoeringen hem geven; zelfs de verstokte ongelovige zou daar kippenvel van krijgen, meent hij. Hij sluit met het voornemen volgend jaar weer een uitvoering in levenden lijve bij te wonen, en hint ook naar aandacht voor andere Friese uitvoeringen (onder meer een Friese Johannes van Hoite Pruiksma) in toekomstige programma’s.