Auke Piersma (77) had een zwak voor kleine draaideur-boeven
In dit artikel:
Auke Piersma was decennialang het vertrouwde gezicht van de rechtbank in Friesland: bijna dertig jaar lang versloeg hij zedenzaken en strafzaken, kende alle grote en kleine criminele namen en schreef daar tot diep in de nacht nauwkeurige, vaak verstilde reportages over. Opgegroeid op een boerderij in Kûbaard en sociologie gaan studeren in Groningen, belandde hij via werk als kaatscorrespondent in het persbankje bij het gerechtsgebouw — en voelde meteen dat hij op zijn plek was.
Piersma dreef een onvermoeibare nieuwsgierigheid: hij wilde snappen waarom mensen de fout ingaan. Die vraag hield hem scherp en zorgde dat hij, hoewel hij niet blind was voor keiharde daders, met veel aandacht voor nuance en omstandigheden schreef. In de loop van zijn carrière werd hij minder naïef maar bleef empathie tonen voor ‘draaideurcriminelen’ en genoot van kleine, menselijke scènes in de rechtszaal — zoals wanneer officieren van justitie op vaderlijke toon tegen een bekende overtreder spraken.
Collega’s en advocaten herinneren zich zijn vertrouwde aanwezigheid: bijna elke ochtend vroeg in de hal, stil achter een pilaar, altijd oplettend en gerespecteerd door de juridische wereld. Zijn afscheid werd gevierd met een speciale zitting; als grap en ervaring nam hij zelf plaats in de beklaagdenbank en merkte hoe het voelde om naar toga’s op te kijken. Hoewel hij vaak zijn moedertaal Fries sprak — ook in een overwegend Nederlandstalige rechtbank — bleef hij professioneel en kalm; ergernis toonde hij vooral aan computers of wanneer een kop verkeerd was.
Na zijn pensioen werkte Piersma jarenlang nauwgezet aan historisch onderzoek, onder meer aan het boek Represailles in Nederland 1940–1945 met Jack Kooistra. Die jarenlange inzet, zijn plichtsbesef en stille toewijding kenmerken hem: wie hem kende, vergeet die onverzettelijke, nieuwsgierige rechtbankverslaggever niet snel.