Artikel 23 deugt. Maar vrijheid van onderwijs impliceert niet vrijheid van geloofsoverdracht

zondag, 26 oktober 2025 (12:14) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Pedagoog en emeritus hoogleraar Jan Dirk Imelman reageert fel op uitspraken van CDA-lijsttrekker Henri Bontenbal in Nieuwsuur (20 oktober). Bontenbal suggereerde dat scholen religieuze opvattingen mogen overdragen; Imelman noemt dat een fundamentele misvatting over wat onderwijs is en gevaarlijk voor het draagvlak van artikel 23 van de Grondwet (vrijheid van onderwijs).

Imelman benadrukt dat artikel 23 waardevol is omdat het ruimte biedt voor onderwijs dat pedagogisch aansluiting zoekt bij het thuismilieu van leerlingen. Die aansluiting is volgens hem een essentieel opvoedkundig principe: onderwijs moet aansluiten bij de leefwereld van kinderen om zijn taak te kunnen vervullen. Tegelijk waarschuwt hij dat scholen geen verlengstuk van de kerk, moskee of het gezin mogen zijn. De hoofdtaak van onderwijs is algemene vorming — het overdragen van kennis en inzicht, en het ontwikkelen van mondigheid zodat jongeren kritisch en volwassen kunnen deelnemen aan een democratische, multiculturele samenleving.

Historisch ziet Imelman onderwijs als de route die mensen uit de vanzelfsprekendheden van het primaire milieu leidt naar het samenleven met verschillende levensbeschouwingen, een ontwikkeling die al sinds circa 1800 doorwerkt. Omdat onderwijs uit publieke middelen gefinancierd wordt, hoort daar ook democratische controle en kwaliteitsbewaking bij. Daarom moet de overheid buiten de privésfeer van levensbeschouwing blijven, maar mag de school ook niet worden misbruikt om geloofsovertuigingen te bevestigen of op te leggen.

De vrees is dat uitspraken zoals die van Bontenbal het debat rond artikel 23 verder polariseren en geven gewicht aan politici die het artikel willen wijzigen of afschaffen. Imelman pleit ervoor het onderscheid tussen kennis (falsifieerbaar, beredeneerbaar) en geloof (niet-falsifieerbaar) scherp te houden. Hij roept de Onderwijsinspectie op in te grijpen wanneer scholen — openbaar of bijzonder — praktijken vertonen die afwijken van de eis tot algemene vorming. Ten slotte waarschuwt hij politici die aan artikel 23 willen sleutelen: het grondwetsartikel zelf is niet het probleem; het gaat om de juiste uitleg en toezicht op wat in de praktijk onderwijs wordt genoemd.