Arriva maakt forse prijsverhoging kaartjes iets minder fors, maar incidentele reiziger blijft de klos
In dit artikel:
Arriva draait een deel van de prijsverhoging op regionale treinkaartjes terug: de extra inflatieopslag wordt vanaf 1 maart verlaagd. Op 1 januari gingen treinkaartjes bij zowel NS als Arriva al 6,52 procent omhoog, maar reizigers bij Arriva kregen daar bovenop een toeslag van 2 cent per afgelegde kilometer. Dat maakte vooral lange ritten fors duurder: een enkele reis Bad Nieuweschans–Stavoren steeg van €27,32 (2025) naar €32,16 — een plus van 17,7 procent.
Per 1 maart blijft de toeslag van 2 cent per kilometer bestaan, maar de totale prijsstijging voor Arriva-tickets wordt teruggebracht van 6,52 procent naar 3,47 procent. De genoemde rit kost dan €31,33, nog steeds 14,7 procent duurder dan vorig jaar; kortere trajecten merken een kleinere toename. De wijziging is ingegeven door overleg tussen Arriva en de provincies Fryslân en Groningen; voortaan volgt Arriva een ‘regionale indexatie’ in plaats van automatisch de NS-verhoging.
De extra 2 cent per kilometer is bedoeld om een nieuw staffelkortingsstelsel te dekken: frequente reizigers die zich aanmelden krijgen oplopende kortingen, met een maximum van €300 per maand voor volwassenen en €100 voor jongeren tot 18 jaar. De maatregel mag Arriva financieel niet schaden, waardoor de kosten worden verlegd naar minder regelmatige reizigers. De regeling geldt alleen voor Arriva (treinen in Friesland en Groningen, en bussen in Groningen en Drenthe); Qbuzz overweegt later mogelijk iets soortgelijks.
Wie in januari/februari teveel betaalde, krijgt geen individuele teruggave; er komt wel een aanvullende prijsverlaging per 1 april ter compensatie, het exacte percentage moet nog worden vastgesteld. Reizigersorganisatie Rocov Fryslân noemde de verhoging "bespottelijk" en houdt de zaak scherp in de gaten.