Arend van der Zaag (87): deel zijn van de gemeenschap vind ik belangrijk
In dit artikel:
Arend van der Zaag (87) uit Gerkesklooster is zijn hele leven actief geweest als vrijwilliger binnen de gereformeerde kerk Gerkesklooster–Stroobos (PKN). Naast een lang beroepsleven in het familie-aannemersbedrijf dat hij samen met zijn broers Jelle en Jacob runde in Stroobos, vond hij steeds tijd voor tal van kerkelijke taken: op jonge leeftijd diaken, later twee termijnen ouderling (in totaal zo’n tien jaar), zeventien jaar in het schoolbestuur, negen jaar als preekvoorziener en vijftien jaar lid van de schoonmaakploeg die elke eerste maandag van de maand de kerk onderhoudde.
Hoewel hij twee jaar geleden moest stoppen met het schoonmaakwerk vanwege zijn leeftijd, blijft Van der Zaag betrokken: hij haalt elke zes weken 200 exemplaren van het kerkblad Kontakt bij drukkerij Print‑Bizz en verzorgt de verdeling, en eenmaal per maand haalt hij bloemen bij bloemenhuis Drint. Zijn inzet staat in het teken van gemeenschapsbelevenis: samen zingen, de diensten meemaken en na afloop koffie drinken vindt hij wezenlijk — vooral sinds zijn vrouw twaalf jaar geleden overleed na 53 jaar huwelijk.
De gemeente telt momenteel 368 leden, met een wekelijkse kerkgang van ongeveer vijftig tot zestig mensen; dat is veel minder dan vroeger, toen de gemeente soms 1.100 leden telde. De terugloop versnelde deels tijdens en na de coronaperiode; sommige leden volgen nu de diensten vanuit huis via moderne communicatiemiddelen, maar Van der Zaag geeft de voorkeur aan aanwezigheid in de kerk. Dit jaar waardeerde hij de diensten in de Stille Week en Pasen, onder meer door medewerking van koor Zingt Gode Lof met het oratorium ‘Als de graankorrel sterft’ en een uitvoering van brassband Gloria Deï op paasmaandag.
Van der Zaag woont nog in het huis dat hij 25 jaar geleden met zijn broer bouwde, op de plek van de oude school die hij zelf bezocht. Hij heeft vier kinderen, elf kleinkinderen en zeven achterkleinkinderen. Over zijn huidige situatie zegt hij kort: “Ik ben gezond en daar ben ik dankbaar voor.” Zijn levenslange vrijwilligerswerk illustreert de traditionele inzet binnen kleine dorpsgemeenten en de waarde die hij hecht aan samen kerkzijn, ook in tijden van krimp en verandering.