Ard de Graaf blikt terug op 11 bewogen jaren bij SC Cambuur: 'Dit nieuwe stadion is alles waard geweest'
In dit artikel:
Ard de Graaf stopt binnenkort na elf jaar als algemeen directeur van SC Cambuur, waar hij eerder al vier jaar commercieel directeur was. Tijdens zijn leiderschap maakte de club een roerige periode door: meerdere promoties en degradaties, de controversiële — en juridisch omstreden — coronatitel van 2020, en vooral de realisatie van het nieuwe Kooi Stadion in Leeuwarden. De Graaf noemt het stadion uiteindelijk “alles waard geweest”, maar erkent tegelijk dat het bouwproject de club financieel zwaar heeft belast.
Onder zijn zeggenschap groeide Cambuur uit een bijna-failliete, slaperige club tot een organisatie met grotere ambities en professionele infrastructuur. De bouw van het stadion veranderde het imago van de club en de stad; de Culturele Hoofdstad 2018 noemt De Graaf als een ommekeer die enthousiasme en investeringen bracht. Toch kwam het bouwwerk niet zonder strijd: vertraagde plannen, terugtrekkende partners tijdens de coronaperiode en stijgende kosten maakten de businesscase kwetsbaar. Dat heeft geleid tot een hoge schuldenlast ondanks jarenlang bescheiden winstgevendheid.
Financieel staan de Leeuwarders voor de uitdaging om de schulden af te lossen en structureel sterker te worden. Door promotie naar de eredivisie verwacht Cambuur de grootste omzet ooit — meer tv-gelden, hogere sponsordeals en stadioninkomsten — maar volgens De Graaf is dat niet voldoende. “We móéten meer vet op de botten krijgen,” zegt hij: dat kan via winsten, spelersverkopen of andere inkomstenbronnen. Het stabiliseren van de exploitatie en het terugbrengen van de schulden zal een van de belangrijkste taken voor zijn opvolger zijn.
Een cruciale rol speelt ondernemer Pieter Kooi: zijn investering en ondernemerschap hebben het stadion commercieel en kwalitatief verrijkt, maar de club is daardoor ook in zekere mate afhankelijk van hem. De Graaf benadrukt dat Kooi meer brengt dan geld — kennis en leiderschap — maar erkent dat die afhankelijkheid gevoelig ligt. Erevoorzitter Ype Smid noemde het stadion ooit “een molensteen”; De Graaf begrijpt die kritiek, maar wijst erop dat veel partijen en onvoorziene wereldwijde omstandigheden hebben bijgedragen aan de prijsstijgingen.
Persoonlijk zegt De Graaf toe aan meer rust, orde en focus. Het directeurschap eiste intensieve inzet — veiligheidskwesties bij thuiswedstrijden, het constant schakelen met bestuurders en media — en daarom kiest hij ervoor terug te keren naar minder belastende rollen (mogelijk weer als commercieel directeur vanaf de zomer). Hij benadrukt dat hij niet uitgeblust is, maar wel behoefte heeft aan afstand en meer regelmaat buiten Leeuwarden; zijn gezin en leven in Heerde vormen die tegenhanger.
Wat de toekomst van Cambuur betreft: sportief moet de club zich allereerst handhaven in de eredivisie en tegelijk werken aan financiële gezondheid. De jeugdopleiding en scouting zien De Graaf als waardevolle pijlers die op lange termijn inkomsten en sportieve continuïteit kunnen opleveren. De weg terug naar financiële rust wordt volgens hem geen snelle remediëring, maar een proces van jaren waarin slimme exploitatie, transfers en sponsors centraal staan. Ondanks de kritiek blijft De Graaf trots op wat er concreet is neergezet: een modern stadion en een club die uit haar winterslaap is gehaald.