Archeologen verrast in Olterterp: geen kasteeltje, maar grafheuvel aangetroffen
In dit artikel:
Bij Olterterp (gemeente Opsterland) heeft een klein archeologisch booronderzoek — afgerond in december en uitgevoerd door bureau De Steekproef — uitgewezen dat een ogenschijnlijk onopvallend heuveltje geen middeleeuwse stinswier is, maar waarschijnlijk een prehistorische grafheuvel. Buurtbewoners hadden de plek, een verhoging van ongeveer 1,20 meter, eerder onder de aandacht van de gemeente gebracht; Opsterland had het terrein in het kader van een update van de provinciale archeologische kaart nader laten onderzoeken.
Archeologen namen zes boringen in de heuvel zelf en vier daarbuiten. Materiaal dat zou wijzen op bebouwing of metselwerk van een torenkasteel ontbrak, en de omvang van de verhoging leek ongeschikt voor een stins. In plaats daarvan kwamen aanwijzingen naar voren die passen bij een grafheuvel: mogelijk zijn crematie-resten (waarschijnlijk in urnen) ingebracht. De onderzoekers schatten dat de aanleg op zijn vroegst rond 1000 v.Chr. kan plaatsvinden, maar gebruik tot in de Romeinse tijd is ook denkbaar. Exact dateren bleek lastig; alleen twee stukken oud aardewerk werden aangetroffen, maar die leveren geen heldere chronologie op.
Vorm en kenmerken vertonen parallellen met voormalige urnenvelden bij Oosterwolde: vergelijkbare verhogingen en een omtrekgreppel (bij Olterterp circa 40 cm diep). Soms werden rond dergelijke heuvels palen geplaatst, maar daar is in Olterterp geen bewijs voor gevonden. Opvallend is dat de heuvel ondanks dat het gebied lang als te vochtig voor bewoning werd gezien, toch in de bronstijd/ijzertijd is aangelegd en gebruikt — een aanwijzing dat lokale omstandigheden destijds voldoende waren voor menselijke activiteit. Vergelijkbare onverwachte vondsten zijn eerder gedaan, bijvoorbeeld bij Rottevalle.
Het terrein vertoont ondergronds wel verstoring door dieren: ongeveer vijftien holen wijzen op een forse dassenburcht, waardoor ondergrondse context mogelijk beschadigd is. De gemeente kiest er bewust voor de vindplaats niet op te graven maar in situ te bewaren; grootschalig opgraven is niet gewenst.
De vondst is bijzonder voor Opsterland omdat dergelijke grafheuvels in de gemeente tot nu toe onbekend waren. De gemeente gaat verder met archeologische verkenningen: er liggen nog enkele andere heuveltjes op de nominatie voor onderzoek en er worden vermoedelijke middeleeuwse huisterpjes tussen Tijnje en Nij Beets bekeken. Ook onderzoek naar historische doorwaadbare plekken (voorden) in het Alddjip staat op de planning. Deze activiteiten maken deel uit van de archeologische taken die gemeenten sinds de Omgevingswet uitvoeren.