Antoinette Rijpma-de Jong specialiseerde zich op één afstand, maar blijft diep van binnen een allrounder
In dit artikel:
Rijpma-de Jong, met al jaren een indrukwekkende erelijst maar nog altijd zonder wereldtitel allround, probeerde dit weekend in Thialf opnieuw die ontbrekende gouden plak te bemachtigen. Ondanks vijf bronzen WK-medailles in haar carrière was ze realistisch: de concurrentie — onder meer Miho Takagi en Ragne Wiklund — was in topvorm en haar eigen voorbereiding was verre van ideaal.
Dit seizoen liet ze uitdrukkelijk afstand van de 500 m, 3 km en 5 km om zich te specialiseren op de 1500 m en kans te maken op olympisch goud in Milaan. Die keuze, gevolgd door twee weken van huldigingen en uitgestelde vakantie nadat ze een plek voor het WK toegewezen kreeg, betekende dat ze nauwelijks wedstrijdrust had voorafgaand aan het allroundtoernooi. Na de eerste dag stond de Europees kampioene allround op de vijfde plaats in het tussenklassement, maar vooral de 3 km viel tegen omdat haar laatste rit op die afstand al lang geleden was.
Op dag twee liepen de problemen verder op: een misstap bij de start op de 500 m leverde liespijn op, waardoor ze tijd verloor en op die afstand als zesde eindigde. Haar eerste 5 km van het seizoen werd een zware strijd; krampen maakten dat ze als laatste finishte en het een gevecht tegen zichzelf werd. Ze erkende dat de feestelijke weken na de Spelen hun tol eisten en dat ze alles had gegeven wat mogelijk was.
Rijpma-de Jong zegt zich nu opnieuw te richten op de langere afstanden om binnen enkele jaren een serieuze aanval op de wereldtitel allround te doen. Ze verwacht terug te komen, fitter en met nog meer plezier op het ijs.