Anneke (79) uit Frieschepalen wierp zich met lessen en nieuwe muziek op als ambassadeur voor de trekharmonica. Nu stopt ze

woensdag, 22 april 2026 (20:57) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Anneke Venema (79) uit Frieschepalen stopt als docent trekharmonica, maar blijft spelen. Haar besluit vloeit voort uit beginnende slechthorendheid: met hoortoestellen klinkt muziek voor haar scherper en worden halftonen minder goed te onderscheiden. Venema bouwt daarmee een einde aan tientallen jaren actief lesgeven, arrangeren en promoten van het instrument in Noord-Nederland.

Haar betrokkenheid begon rond 1990/1991 toen ze in café Marktzicht in Drachten kennismaakte met de trekharmonica via de stichting Peije — vernoemd naar straatmuzikant Peije Rasp (Freerk de Jong). Oorspronkelijk had ze pianoles en later ervaring bij brassband Crescendo, maar de bas, het blaasbalg en de twee toetsen van de trekzak fascineerden haar zodanig dat ze snel doorgroeide van beginner naar gevorderde. Al na drie lessen speelde ze in een hogere groep; haar pianovaardigheid hielp haar beide handen zelfstandig te gebruiken.

Venema profileerde zich als ambassadeur voor het instrument: ze gaf thuislessen, provinciale workshops en leidde jarenlang groepen bij Peije, waaronder recent nog de ‘Trochsetters’ voor oudere spelers en herintreders. De repetities in Marktzicht waren luid en uitbundig — “het dak ging er soms af” — maar ze zocht ook ruimte voor ingetogenheid. Een markant moment beschrijft ze uit Oudega, waar haar eigen compositie Mijmeringen voor twee trekharmonica’s een gonzend café tot stilte bracht en bij veel luisteraars kippenvel veroorzaakte.

Daarnaast vervulde Venema een educatieve rol door twee lesbundels uit te geven (No Sa I en II) en door muziek van buiten de traditionele volksrepertoire te bewerken voor het instrument, zoals Gabriella’s Song uit de film As It Is in Heaven. Die verbreding van repertoire was volgens haar essentieel om jongere generaties te bereiken; het klassieke liedboek alleen zou onvoldoende aansluiting bieden.

Hoewel ze nu stopt met lesgeven, gelooft Venema in de toekomst van de trekharmonica: het instrument heeft zijn plek behouden en vindt ook steeds meer ingang op muziekscholen. Ze blijft spelen op haar oude Hohner, haar gekoesterde ‘bakje’, waarvan de toetsen door jarenlang gebruik uitgegroeid zijn tot een tastbare herinnering aan een leven gewijd aan muziek en overdracht. Venema laat een nalatenschap achter van onderwijs, repertoirevernieuwing en een levenslange liefde voor een echt volksinstrument.