Als Nederland weer toonaangevend op de 5 kilometer wil worden, moet het roer drastisch worden omgegooid
In dit artikel:
De Nederlandse hegemonie op de mannen-5 kilometer staat onder druk: waar sinds 1984 altijd minstens één Nederlander op het olympische podium stond, is de positie van Oranje dit seizoen kwetsbaar geworden. Buitenlanders, vooral jongere rijders en ex-inline-skaters, dicteren momenteel het ritme en dwingen de Nederlandse schaatswereld haar aanpak te herzien als zij weer wil meedingen om goud.
Bij de recente World Cup in Inzell vestigde de Noor Sander Eitrem de aandacht met een wereldrecord van 5.58,52. Ook anderen – zoals de Fransman Timothy Loubineaud, Amerikaan Casey Dawson en Tsjechisch talent Metodej Jilek – laten dit seizoen tijden zien die ver voorlopen op de beste Nederlandse seizoentijden. Chris Huizinga is met 6.05,16 de snelste Nederlander dit seizoen (plek acht op de wereldlijst); Marcel Bosker staat op plek 21 en wordt net gevolgd door ploeggenoot Stijn van de Bunt. Die cijfers leiden tot relatieve realisme binnen Oranje: het viseren van goud is nu minder reëel, het doel is eerst de beste race rijden en hopen op een kleine marge achter de winnaar.
De oorzaak van het gat ligt vooral in veranderde trainingsmethoden. De Zweed Nils van der Poel zette met enorm volume en veel uithoudingsvermogen een nieuw voorbeeld neer; veel rijders kopieerden die aanpak. Daarnaast maken inline-skateachtergronden en hedendaagse trainingsprincipes – veel uren fietsen, meer focus op ritme en technische efficiëntie in plaats van pure kracht – jonge talenten sneller op de lange afstand. Waar Nederland lange tijd vasthield aan de “Sven Kramer-manier” (veel kracht en lange zware slagen), kiezen steeds meer buitenlandse toppers voor minder power per slag en meer cadans en ritme. Dat vraagt om technische aanpassingen die Nederlandse schaatsers en coaches nog volop bespreken.
Er zijn wel al Nederlandse vernieuwingen. Bosker sloeg twee jaar geleden een andere weg in en behaalde dit seizoen het Nederlandse kampioenschap; hij erkent dat oude methodes hem niet meer verder hadden gebracht. Chris Huizinga experimenteerde eveneens: zijn gewoonte om handschoenloos met beide handen op de rug te rijden — twee jaar geleden nog bekritiseerd — is nu breed overgenomen. Dergelijke kleine technische vernieuwingen hebben invloed gehad op de wereldwijde ontwikkeling van de sport. Toch blijft het lastig om collectief van koers te veranderen: coaches hebben vertrouwen in hun eigen programma’s en het kost tijd en overleg om een nieuwe, werkbare koers voor iedereen te vinden.
Concreet betekent dit dat Nederland moet moderniseren op trainingsgebied als het wil herstellen wat aan terrein verloren ging. Voor nu is de aanpak pragmatisch: optimaal presteren bij de Spelen of wereldbekerwedstrijden, niet per se mikken op goud, en ondertussen structureel aanpassen zodat over vier jaar weer serieus om de hoogste eer kan worden gestreden. De bijnaam “Nederlandse schaatsafstand” voor de 5 kilometer is nog niet definitief vervlogen, maar het land staat voor een periode van leren en aanpassen om aansluiting bij de internationale top te herwinnen.