'Als de euthanasiewet er niet was geweest, hielp ik nog steeds mensen doodgaan', zegt huisarts Rein Baarsma uit Leeuwarden
In dit artikel:
Op een bijeenkomst met de titel ‘Tot de dood ons scheidt’, georganiseerd door Netwerken Palliatieve Zorg Fryslân en het Expertisecentrum Euthanasie, bogen zo’n 200 verpleegkundig specialisten, huisartsen, palliatieve medewerkers en casemanagers dementie zich donderdag over vragen rond sterven, keuzes en wettelijke kaders.
Achtergrond is dat in Nederland vorig jaar meer dan 10.000 meldingen van euthanasie en hulp bij zelfdoding werden gedaan (bijna 4% meer dan het jaar ervoor) en dat Friesland relatief veel verzoeken kent. Niet elk verzoek leidt tot uitvoering: actieve levensbeëindiging moet voldoen aan strikte zorgvuldigheidseisen, met ‘ondraaglijk en uitzichtloos lijden’ als centrale toets. De grootste verdedigingslinie bleek de moeilijkheid om te bepalen wanneer iemand écht in die fase zit. SCEN-arts en emeritus-cardioloog Toon Oomen legde uit dat vooral klachten van psychosociaal of psychisch lijden lastig medisch te verifiëren zijn; de wet vergt vaak een medische diagnose, wat problemen oplevert bij bijvoorbeeld verlies van zintuigen of zingeving.
Huisarts Rein Baarsma uit Leeuwarden schetste de praktijk: iedereen mag een verzoek indienen, maar artsen wegen hun geweten, het wettelijke kader en de individuele situatie tegen elkaar af. In de zaal klonk dat morele grenzen persoonlijk en vaak vaag zijn; het blijft een groot grijs gebied.
Het menselijke gezicht van de discussie kwam naar voren in het verhaal van Mirjam Hulzebos over haar dochter Sara, die in 2021 op 18‑jarige leeftijd euthanasie kreeg vanwege ondraaglijk psychisch lijden na meerdere suïcidepogingen. Hulzebos benadrukte dat erkenning van de wens en de rol van het Expertisecentrum bevrijdend waren voor de familie: de beslissing lag bij Sara zelf en dat nam een zware last weg.
Als euthanasie wordt afgewezen, kiest een deel van de mensen voor versterving (stoppen met eten en drinken); Baarsma begeleidt soms zulke trajecten, vaak met mantelzorg van kinderen. Bij dementie is vroege vastlegging van wensen (wilsverklaring) cruciaal omdat communicatie later moeilijk wordt, maar zo’n verklaring biedt geen waterdichte garantie: wisselende beschikbaarheid van artsen en persoonlijke afwegingen kunnen alsnog uitvoering in de weg staan.
Belangrijke thema’s uit de bijeenkomst: spanning tussen juridische criteria en subjectief lijden, noodzaak van diagnostische duidelijkheid en goede communicatie, en de impact van familie‑ en zorgcontinuïteit op de uiteindelijke uitkomst.