Advocaat Pim Fischer vecht voor bed, bad en brood. 'Empathie is blijkbaar een linkse hobby'
In dit artikel:
Pim Fischer, sociaal advocaat uit Assen, heeft met succes geprocedeerd tegen het besluit van minister Marjolein Faber om de financiering van de bed-bad-broodvoorziening voor uitgeprocedeerde vreemdelingen stop te zetten. Op 26 mei oordeelde de rechtbank dat de minister niet had mogen stoppen met de opvang en baseerde zich daarbij expliciet op mensenrechten uit het Handvest van de Europese Unie (menselijke waardigheid, verbod op onmenselijke behandeling en respect voor privéleven). Fischer: „Een mensenleven is niet onderhandelbaar.”
Wie en wat
- Pim Fischer (geboren 1958, advocaat sinds 1995) voert namens kwetsbare uitgeprocedeerden zaken in meerdere steden. Hij won rechterlijke uitspraken in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht en bereidt een zaak voor in Groningen, waar hij 78 bewoners van de landelijke vreemdelingenvoorziening (LVV) aan de Osloweg verdedigt (gerund door INLIA).
- De juridische kern: de staat mag mensen die niet voor zichzelf kunnen zorgen niet zonder basisopvang op straat zetten; proportionaliteit betekent dat uitzetting niet mag samengaan met het onthouden van minimale levensbehoeften.
Wanneer en waar
- Minister Faber kondigde op 5 september 2024 aan te stoppen met de financiering; de rechtbankuitslag waar Fischer naar verwijst kwam op 26 mei 2025. De zaken liepen in verschillende gemeenten met spoedeisende procedures in Utrecht, Rotterdam en Amsterdam; Groningen volgt spoedig omdat de gemeente daar voorlopig financiering van het Rijk heeft overgenomen.
Waarom dit belangrijk is
- De uitspraak bevestigt dat sociaal-economische grondrechten juridisch houvast kunnen bieden, iets wat Fischer jarenlang heeft verdedigd en waarvan hij voorbeelden noemt zoals de Zuid-Afrikaanse Grootboom-zaak. De rechterlijke uitspraak benadrukt dat menselijke waardigheid en het verbod op onmenselijke behandeling meespelen zodra mensen geen toegang hebben tot basiszorg.
- Fischer waarschuwt dat politieke maatregelen en symbolische politiek — bijvoorbeeld pogingen tot strafbaarstelling van illegaliteit — een chilling effect veroorzaken: hulpverleners (huisartsen, maatschappelijke instanties) worden onzeker of ze nog mogen helpen, en kwetsbaren raken verder geïsoleerd. Hij noemt het maatschappelijke klimaat harder en minder empathisch.
Achtergrond en werkwijze
- Fischer werkte lange tijd vanuit Haarlem en verhuisde in 2016 naar Assen, waar hij samen met zijn dochter kantoor houdt. Hij profileert zich als advocaat van de „slachtoffers” van mensenrechtenschendingen en bezoekt zijn cliënten vaak persoonlijk om de zaak en verwachtingen uit te leggen. Hij benadrukt dat veel van zijn cliënten ernstig kwetsbaar zijn: psychische problemen, verslavingen en beperkte mogelijkheden om het juridische proces te volgen.
- Strategisch blijft hij nuchter: winnen is niet het hoogste doel; het gaat erom waar procedureel iets mis kan gaan en hoe je dat voorkomt.
Juridische laatste stappen
- Het kabinet heeft hoger beroep aangetekend tegen de Amsterdamse uitspraak; de Raad van State moet daar nog over beslissen. De inhoudelijke discussie over landelijke wetgeving loopt eveneens door: de Tweede Kamer stemde voor een motie die strafbaarstelling van illegaliteit wilde opnemen, maar de Eerste Kamer was terughoudender; minister Van Weel heeft intussen aanpassingen voorgesteld. Fischer waarschuwt dat zulke politieke signalen al concrete gevolgen hebben.
Kort gezegd: Fischer ziet in recente rechtszaken een bevestiging dat basisopvang juridisch beschermbaar is en een tegenwicht kan vormen tegen politieke maatregelen die hulp aan de meest kwetsbaren beperken.