Acht jaar, acht bewindslieden: de opvang in Ter Apel blijft overvol. Welke beloften werden gemaakt, gehouden en gebroken?
In dit artikel:
Al jaren staat hetzelfde bericht in de krant: het aanmeldcentrum in Ter Apel is overvol. Tussen 2017 en 2026 wisselden meerdere staatssecretarissen en ministers van Asiel en Migratie rollen en beloofden zij oplossingen — van snelle procedures en strengere opvanglocaties tot gedwongen spreiding en wettelijke maatregelen — maar structurele verlichting bleef uit. Deze reconstructie volgt de belangrijkste stappen per bewindspersoon en waarom die niet tot duurzame rust leidden.
Mark Harbers (2017–2019)
Harbers kwam een zichtbare toename van overlast en winkeldiefstal door zogenoemde veiligelanders tegen. Hij zette in op overplaatsing naar strengere locaties (ebtl’s), versnelde asielprocedures, een pendelbus naar ter plaatse en ketenmariniers om partijen sneller te laten samenwerken. Resultaat: de pendelbus verminderde vervoeroverlast, maar verplaatsingen naar ebtl’s waren beperkt, versnelde procedures stokten door personeelstekorten en Harbers vertrok voortijdig.
Ankie Broekers‑Knol (2019–2022)
Tijdens haar termijn werd het systeem extra onder druk gezet door corona; het aanmeldcentrum sloot tijdelijk. Ze zette door op striktere handhaving tegen overlastgevers, verlenging van de pendelbus, collectieve winkelverboden en een versoberde opvang voor kansarme aanmelders. Broekers‑Knol riep ook op tot eerlijke spreiding van opvang over gemeenten, maar vrijwillige inzet bleef mager. Lokale weerstand — met name in Westerwolde — en gebrekkige deelname van andere regio’s maakten dat de problematiek bleef terugkomen.
Eric van der Burg (2022–2024)
De zomer van 2022 markeerde een crisis: honderden mensen sliepen buiten, zelfs Artsen zonder Grenzen kwam in actie. Van der Burg wilde een tweede aanmeldcentrum maar stuitte op lokaal verzet in kandidaatgemeenten. Hij introduceerde de procesbeschikbaarheidslocatie (pbl) voor kansarme aanmelders, maar die werd door rechters onhoudbaar verklaard. De opvangketen liep verder vast; azc’s zaten vol en doorstroom naar woningen stokte. Westerwolde diende rechtszaken in en dwangsommen voor overbezetting volgden. Van der Burg lanceerde de Spreidingswet om verplicht opvangcapaciteit over gemeenten af te dwingen; de wet werd aangenomen maar nog niet operationeel bij zijn vertrek.
Marjolein Faber (2024–2025)
Faber legde de nadruk op het terugdringen van de instroom: noodwetten, opt-outs en strengere uitzettingen. Ze richtte zich minder op acute opvang-uitbreiding of landelijke regie, wat burgemeester Jaap Velema kritisch noemde. De opvolger van de pbl, de verscherpt toezichtlocatie (vtl), bleek in de praktijk afgezwakt door juridische grenzen. Faber wilde tevens prioriteit voor statushouders afschaffen en de Spreidingswet intrekken — stappen die lokale bestuurders vreesden omdat die doorstroom en opvang zouden blokkeren. Faber trad in juni 2025 terug na het gevallen kabinet.
Mona Keijzer (2025–2026)
Keijzer noemde de situatie ‘onverteerbaar’ en beloofde zichtbare verbetering, met name het terugbrengen van het aantal veiligelanders in Ter Apel van enkele honderden naar rond de honderd door spreiding en versnelde procedures. Ook wilde zij de vreemdelingenpolitie terugbrengen. Kort voor het einde van haar termijn bleven aantallen hoog en concrete tijdlijnen uit; historische patronen van tijdelijke maatregelen in plaats van structurele oplossingen hielden aan.
Bart van den Brink (vanaf 2026)
Bij zijn aantreden trof Van den Brink een aanmeldcentrum dat nog steeds boven de afgesproken grens zat; de maximale dwangsom voor het COA was bereikt. Zijn eerste concrete stap was het inzetten van extra boa’s en handhavers in de regio; meer substantiële toezeggingen liet hij voorlopig achterwege.
Waarom blijven problemen terugkeren?
Herhaaldelijke belemmeringen verklaren het patroon: gemeenten zijn vaak terughoudend bij het openen van locaties, de woningmarkt blokkeert doorstroom van statushouders, juridische kaders beperken ingrijpende vormen van gedwongen verblijf, en politieke wendingen en interne partijtwisten brengen beleid telkens weer in beweging. Dwangmaatregelen als de Spreidingswet botsen op lokaal verzet en juridische toetsing. Daardoor bleven veel beloften symptoombestrijding: tijdelijke extra bedden, strengere regels of schadefondsen, maar weinig structurele herverdeling en voldoende doorstroom.
Kortom: ondanks acht jaar aan plannen, pilots en politieke beloften veranderde de kernsituatie nauwelijks. Ter Apel blijft fungeren als het knelpunt van het Nederlandse asielstelsel, totdat landelijke spreiding, woningdoorstroming en juridische kaders duurzaam worden aangepakt. Two tijdelijke bewindslieden werden buiten beschouwing gelaten vanwege hun korte of gedeeltelijke rol in het dossier.