Aantal vertrekkers groeit enorm: immigratie Israël van opgang naar afgang | opinie
In dit artikel:
Israël is sinds de oprichting een staat die sterk leunt op immigratie. Toen het land in 1948 onafhankelijk werd, woonden er ongeveer 650.000 Joden; in de jaren daarna kwamen er nog ruim 700.000 bij, vooral uit Arabische landen en Oost-Europa. Latere grote instroomgolfers waren circa een miljoen uit de voormalige Sovjet-Unie en bijna 100.000 uit Ethiopië. Tegenwoordig telt Israël ongeveer 7,5 miljoen Joden en zo’n 2 miljoen Palestijnen, waarmee het de enige staat met een Joodse meerderheid is.
De zionistische grondgedachte dat Israël altijd een toevluchtsoord voor Joden moet zijn is in 1950 wettelijk vastgelegd via de Wet op de terugkeer. Immigranten naar Israël worden olim genoemd; wie vertrekt wordt aangeduid als yordim — een term met een neergaande connotatie.
De laatste twee jaar is het aantal yordim fors toegenomen. In 2023 vertrokken naar schatting tienduizenden Joden (ruwweg 80 duizend), en in de eerste acht maanden van 2024 gingen er al bijna 50 duizend mensen weg. Tegelijkertijd ligt het aantal nieuwkomers vorig jaar op ongeveer 22–25 duizend, waardoor emigratie de overhand heeft gekregen.
Achter deze vlucht zit niet alleen een direct veiligheidsgevoel na de Hamas-aanvallen van 7 oktober 2023, maar ook groeiende onvrede over de koers van de huidige rechts-nationalistische regering. Kritiek richt zich op de behandeling van Palestijnen en op wat velen zien als aantasting van democratische en rechtstatelijke normen onder premier Netanyahu en zijn coalitie. Vooral hoger opgeleide, westers georiënteerde en financieel draagkrachtige Israëli’s kiezen ervoor elders een toekomst op te bouwen, een ontwikkeling die Israël economisch en maatschappelijk pijn kan doen doordat het zowel talent als kritische stemmen verliest.
Het commentaar is van Roeland Sprey, voormalig redacteur en commentator van de Leeuwarder Courant.