25 jaar geleden werd de filmkeuring afgeschaft: een treurig feestje
In dit artikel:
Half februari was het 25 jaar geleden dat de formele filmkeuring in Nederland volledig geschrapt werd: sinds 2001 ligt de verantwoordelijkheid voor classificatie en kijkerswaarschuwingen bij de aanbieders zelf. Filmhistorisch bestond er sinds 1926 een landelijke wet; daarvoor bepaalden gemeenten welke titels mochten draaien. Vanaf 1977 waren de meeste beperkingen al opgeheven, waarna alleen nog films voor alle leeftijden door een commissie hoefden. Die commissie verbood door de jaren heen jaarlijks enkele tientallen films, niet om artistieke redenen maar om “goede zeden, normen en waarden” te beschermen — voorbeelden zijn Eisensteins Panzerkreuzer Potemkin, Jean Vigo’s Zéro de conduite en The Wild One.
Volgens filmkenner Gerard Wolters functioneert het huidige systeem, waarbij vertoners publiek vooraf informeren over inhoud en geschiktheid voor jongeren, over het algemeen goed. Tegelijk waarschuwt hij voor een verontrustende trend: elders ontstaan opnieuw keuringsmechanismen die sterk door politieke belangen worden gestuurd. Wolters wijst op recente voorbeelden — inmenging van de Berlijnse politiek rond vertoningen over de Israëlisch-Palestijnse situatie op het filmfestival van Berlijn, druk vanuit de Amerikaanse regering tijdens fusiediscussies rond Warner Bros/Paramount/Netflix, en Viktor Orbáns hervorming van de Hongaarse filmsector waarbij staatssteun vooral naar overheidsthema’s gaat — als signalen dat overheden weer grip proberen te krijgen op film en media.
Wolters pleit daarom voor een duidelijk tegengeluid: juist nu weer verboden of omstreden films tonen om het belang van diverse meningen en artistieke vrijheid te benadrukken, en om te verhinderen dat de staat zich opnieuw de kunsten en vrije meningsuiting toe-eigent.