25 jaar geleden teisterde mond en klauwzeer onze provincie. Wat hebben we sindsdien geleerd?

zaterdag, 11 april 2026 (08:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Precies 25 jaar nadat mond- en klauwzeer (MKZ) in Nederland uitbrak bij een melkveebedrijf in Ie, bespreekt hoogleraar vergelijkende ziektekunde Thijs Kuiken (Erasmus MC) de staat van bio‑veiligheid en de bredere risico’s van intensieve veehouderij. Sinds die uitbraak is MKZ niet meer in Nederland vastgesteld, maar dat betekent volgens Kuiken niet dat het probleem is opgelost: we importeren jaarlijks nog zo’n 700.000 kalfjes en hoewel importregels en identificatie (oormerken) zijn aangescherpt, blijven kwetsbaarheden bestaan.

Kuiken wijst op structurele oorzaken: Nederland heeft de hoogste veedichtheid van Europa — ongeveer vier keer het EU‑gemiddelde — en in grootschalige intensieve stallen krijgen virussen volop gelegenheid te muteren. Dat patroon zag je ook bij vogelgriep: een variant die in 1996 in China bij een grote ganzenhouderij ontstond (H5) heeft zich sindsdien mondiaal verspreid. Volgens Kuiken wordt wilde fauna vaak ten onrechte als bron van verspreiding aangewezen; de oorsprong ligt vaak in de intensieve veehouderij zelf.

In 2021 zat Kuiken in een expertgroep die maatregelen formuleerde tegen vogelgriep: vaccinatie, minder dieren per bedrijf, geen pluimveebedrijven in watervogelrijke gebieden en grotere afstand tussen bedrijven. De Nederlandse overheid heeft geprobeerd die adviezen over te nemen, maar de lastigste aanbevelingen — vooral het terugdringen van aantallen dieren — zijn door sterke lobby van de agro‑industrie nog niet gerealiseerd. Wereldwijd is de pluimveepopulatie de afgelopen 25 jaar verdubbeld; jaarlijks komen er naar schatting een half miljard kippen bij, een ontwikkeling die het risico op nieuwe uitbraken vergroot.

Kuiken plaatst de problematiek in een breder perspectief: veel recente epidemieën (vogelgriep, SARS, varkensgriep, COVID‑19) zijn dier‑naar‑mensoverdrachten. MKZ was een relatieve meevaller omdat het niet op mensen overslaat, maar andere ziektes blijven opkomen — dit jaar is bijvoorbeeld de zogenoemde pseudovogelpest opnieuw in opkomst met grote uitbraken in meerdere Europese landen, soms zelfs bij gevaccineerde dieren.

De voorgestelde oplossing is fundamenteel anders voedsel- en productiesysteem: minder dieren houden en meer plantaardig eten. Dat zou niet alleen het risico op zoönosen verminderen, maar ook ontbossing voor veevoerproductie, fijnstofuitstoot, watergebruik en antibioticaresistentie aanpakken. Er zijn signalen van verandering — zoals de aandacht van de Eat‑Lancet‑commissie voor een planetair dieet — maar Kuiken noemt de voortgang traag en politiek gevoelig; eerdere overheidsoproepen om minder vlees te eten werden alweer ingetrokken onder druk.

Kuiken sluit af met realistische hoop: de noodzakelijke transities zijn mogelijk, maar vereisen beleidskeuzes die in Nederland en internationaal nog vaak stranden door economische belangen en traag veranderende consumptiegewoonten.